Naar hoofdinhoud
De in dit Afwegingsmodel genoemde boetebedragen zijn richtlijnen. Indien het college besluit een bestuurlijke boete op te leggen, zal per geconstateerde overtreding bepaald moeten worden of het genoemde boetebedrag proportioneel is. Voor overtreding van de kwaliteitseisen geldt dat het college de hoogte van de boetebedragen heeft afgestemd op de prioritering van de overtreding. Een hoge prioritering betekent dat er ook in algemene zin sprake is van een ernstige overtreding, terwijl aan minder ernstige overtredingen een lag(ere) prioritering (gemiddeld of laag) is toegekend. Daarbij stemt het college de boete af op de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Indien met één feitelijke gedraging twee of meer kwaliteitseisen worden overtreden, leggen burgemeester en wethouders voor de overtreding van elke afzonderlijke kwaliteitseis een bestuurlijke boete op. De overtreding waarvoor het hoogste boetenormbedrag is vastgesteld wordt ten volle opgelegd, de andere overtreding(-en) wordt of worden gematigd tot één derde van het boetenormbedrag. Gelet op het in artikel 1.72 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen neergelegde boetemaximum heeft dit geleid tot de volgende verdeling. Prioritering Boetebedrag Hoog € 1.000,- tot € 8.000,- Gemiddeld € 750,- tot € 3.000,- Laag Maximaal € 1500,- Uitzonderingen hierop zijn: In geval van overtreding van de artikelen 1.66 en 1.45 is sprake van economische delicten, gesanctioneerd in de Wet op de Economische Delicten. In artikel 1 en 6 van deze wet is bepaald dat deze overtredingen beboet worden met een boete van de vierde categorie ten bedrage €20.250,00. De boetebedragen in de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Nissewaard komen hiermee overeen. Overtreding van artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht is een strafbaar feit; strafbaar gesteld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht: “Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, alsmede hij die opzettelijk enige handeling, door een van die ambtenaren ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.” Het boetebedrag voor deze overtreding, komt overeen met het in het Wetboek van Strafrecht genoemde bedrag voor overtredingen van de tweede categorie ten bedrag €4.050,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel