De historische stad wordt begrensd door het Noordhollandsch Kanaal, Beemsterburgwal, de Where, Plantsoengracht en Emmakade/Herengracht [zie ook het kaartje op blz. 11]. De binnenstad kent van oudsher een menging van vrijwel alle voorkomende functies. Overheersend zijn de centrum-winkelfuncties gemengd met sociaal-culturele functies, enkele kleinschalige kantoren en bedrijven en woningen, veelal bovenwoningen. De eerste uitbreiding van begin 20ste eeuw rond de Herengracht en de Vooruitstraat heeft meer een woonfunctie.
De historische structuur bestaat uit drie hoofdelementen die resultaat zijn van de historische ontwikkeling van de stad: de stadsranden, de (gedempte) grachten en het centrale weefsel met assenkruis. Het huidige centrum van de stad heeft zich rond deze assen gevormd. Daarnaast spelen ook de Gedempte Singelgracht en de Gedempte Where een belangrijke rol in de geschiedenis en de stedenbouwkundige structuur van het centrum. Deze voormalige grachten hebben bredere straatruimten, het profiel is ruim opgezet.
De randen van het historisch centrum worden gevormd door de stadsgrachten, wallen, bastions/bolwerken en kades. Hier worden de straten veelal begrensd door water.
De gebouwen in de binnenstad kenmerken zich door een grote diversiteit. De verkavelingsstructuur met strokenvormige gesloten bouwblokken en smalle kavels is nog altijd goed te herkennen. Karakteristiek voor het centrale weefsel van de binnenstad is de smalle straatruimte en de smalle beukmaten van de gebouwen. De panden aan de gedempte grachten zijn over het algemeen groter.
Het gevelbeeld wordt bepaald door individuele gevels, benadrukt door de afwisselende kapvorm en bouwhoogte. Met name de bouwstijlen uit de 17e, 18e en 19e eeuw zijn goed vertegenwoordigd. Inmiddels zijn er ook meerdere eigentijdse panden en complexen gerealiseerd. Aan de Voorruitstraat is sprake van een kleinere stedenbouwkundige korrel met woningen van één laag met kap. Ook in deze woonstraat van begin 20ste eeuw is sprake van diversiteit.
Karakteristieke ruimtelijke kenmerken van de binnenstad zijn een klassieke gevelopbouw; een plint, een middendeel, een beëindiging, de verticale gevelopeningen, de lichte kozijnen en een topgevel. Er wordt veel gebruik gemaakt van ornamenten in de gevels, zoals boogvelden boven de ramen, accentuering van aanzet- en sluitstenen en consolen in de kroonlijsten en cordonlijsten. Het centrale deel is meer pandsgewijs, aaneengesloten en kleinschalig. Langs de randen is meer expressie, zijn vrijstaande panden aanwezig en is de bebouwing grootschaliger. Aan pleinen en bijzondere plekken is ook solitaire bebouwing aanwezig (denk aan de Koepelkerk en het oude stadhuis).
De stadsvernieuwing Hoornsebuurt-Tuinhof uit de jaren '70 neemt een aparte plaats in. Ondanks de smalle straten en kleine woonerfjes past de bouwstijl - met z'n rijtjeswoningen en appartementen in onvoldoende mate binnen de historische karakteristiek van de binnenstad.
Het historische karakter is ook in de openbare ruimte herkenbaar aan de straat- en pleinruimten. De marktpleinen Kaasmarkt en Koemarkt liggen centraal aan het assenkruis. Daarnaast zijn er meerdere kleinere (plein)ruimten die gezien hun naam verwijzen naar het handelskarakter van Purmerend. De historische gebouwen zoals de St. Nicolaaskerk, het oude stadhuis en de Doele hebben een prominente plaats aan deze pleinruimten.
De inrichting van de openbare ruimte is grotendeels eigentijds en afgestemd op functioneel gebruik. Materialisering en subtiele hoogteverschillen zorgen voor een functionele indeling van de openbare ruimte.
Kernkwaliteiten
Cultuurhistorische stedenbouwkundige structuur met oorspronkelijk fijnmazige stratenpatroon en verkaveling.
Herkenbare vestingwerken en grachten, groene krans met water en groen.
Kenmerkende historische bebouwingskarakteristieken.
Dakenlandschap (dakpannen).
Maatvoering van de openbare ruimte.
Individuele gevels en kleinschaligheid bebouwing.
Prominente gebouwen in de openbare ruimte.
Samenhang en ensembles.
Ambities
De ambitie is gericht op het versterken van de herkenbaarheid en specifieke identiteit van de stedenbouwkundige samenhang van de binnenstad in het algemeen en het maximaal behoud van het historische karakter en de klassieke eigenschappen van de gebouwen in het bijzonder.
Het optimaliseren van het functioneren van het binnenstad-/kernwinkelgebied, waaronder versterken van de woonfunctie.
Behouden, waar nodig herstellen of ontwikkelen binnen de karakteristieke historische structuur, samenhang en uitstraling.
Behoud en restauratie van monumenten, beeldbepalende panden en overige historisch waardevolle panden.
Uitgangspunt is behoud door ontwikkeling. Het gaat er om dat het aanwezige culturele erfgoed een rol speelt bij nieuwe ontwikkelingen. Daarbij gaat het vooral om respect en zorgvuldigheid.
Eenheid in openbare ruimte met functioneel onderscheid in gebruik.
Zorgvuldigheid bij inpassing reclame, uitstallingen en terrassen.
Niveau van regie
Voor het historische centrum is een optimaal regieniveau van toepassing.