Purmerend wordt omringd door groene randzones en kent meerdere grotere park- en bosgebieden. Daarnaast is een deel nog in gebruik als agrarisch gebied, sportparken of begeleidend groen langs de ringvaarten. De overeenkomst tussen de gebieden is het groene karakter en de beperkte hoeveelheid bebouwing. Er kan onderscheid gemaakt worden in het landelijk gebied, de bosgebieden en parken, de sportcomplexen en de groene randzones en structuren.
Landelijk gebied
Het grootste deel van het buitengebied ligt in de Purmer ten oosten van de Westerweg. Een deel is in gebruik als golfterrein en een deel als bos (Purmerbos). De agrarische functie en openheid van het landschap is beperkt maar de oorspronkelijke polderstructuur is nog wel herkenbaar aan de kaarsrechte wegen- en slotenpatroon en de smalle agrarische percelen. Karakteristiek is de Westerweg als polderlint, de Purmerbuurt als poldergehucht en de nog aanwezige agrarische complexen met de typische hiërarchische woon- en bedrijfsbebouwing en erfinrichting. Waarvan een aantal kenmerkende stolpboerderijen.
Bosgebieden en parken
Deze gebieden kenmerken zich door het recreatieve karakter. Het Purmerbos is een groot aangeplant bosgebied en ingericht als natuur-, fiets- en wandelgebied. Daarnaast zijn er enkele grote parken: Leeghwaterpark, De Noord, De Dwarsgouw, De Driegang, Kooimanpark en De Uitvlugt. De parken zijn ingericht als verblijfsgebied met duidelijk ontworpen waterpartijen, wandelpaden en groene inrichting. Bebouwing is beperkt tot een enkele maatschappelijke of recreatieve voorziening.
Sportcomplexen
In de Overwhere grenzend aan de Koog bevindt zich Sportcomplex De Dop met verschillende sportverenigingen. Het grootste wordt begrensd door de spoorlijn en is omringd met hoog opgaand groen dat in een aantal gevallen het zicht op de landschappelijke context, de ruimte zelf en de bijbehorende bebouwing ontneemt. De bebouwing op deze complexen is doorgaans zeer op de functie gericht en beperkt tot binnensportgebouwen, kleedkamers, clubgebouwen en opslagruimtes of combinaties daarvan. Ze zijn veelal als solitaire objecten in de ruimte geplaatst.
Overige groene randzones en structuren
De randgebieden vormen meestal een overgangszone naar het omliggende buitengebied en zijn vaak als zodanig ingericht. Voorbeelden zijn Weideveld, Purmerland en de groene bufferzone langs de N244. Opvallend is de aandacht die gegeven is aan de inrichting van deze randzones. Bijzondere groenstructuren zijn de dijken langs de vaarten zoals de Purmerdijk, Oudelandsdijkje en Westerdraay. Deze vormen verborgen landschappelijke elementen in het verstedelijkt gebied van Purmerend.
Kernkwaliteiten
Groen omlijsting rondom en aders door een verstedelijkte stad.
Het buitengebied heeft nog een herkenbare polder-structuur met de Westerweg en Purmerbuurt als waardevolle elementen.
De stolpboerderijen versterken het typisch Noord-Hollandse karakter van het landschap.
De zichtbare aandacht voor de groene inrichting.
Historisch en/of landschappelijke uitstraling en karakter.
Mogelijkheden tot openbaar gebruik.
Ambities
De ambitie is gericht op behouden en waar nodig versterken van het landschappelijke en groene karakter.
Herkenbaarheid en zichtbaarheid van landschappelijke en cultuurhistorische waarden respecteren.
Bescherming van natuurwaarde en ecologische verbindingszones/-structuren.
Landelijk karakter van de Westerweg en Purmerenderweg behouden waaronder de duidelijke groene signatuur aan weerszijden.
Behouden en waar nodig verbeteren van openbaar gebruik en verblijfskarakter.
Niveau van regie
Voor sportcomplex De Dop is een bescheiden regieniveau van toepassing. Voor de Westerweg, Pumerenderweg en de dijken langs de ringvaarten is een optimaal regieniveau van toepassing. Voor de overige gebieden geldt een gebalanceerd regieniveau.