Een aantal objecten en specifieke functies is van grote betekenis voor de uitstraling van een omgeving. Hiervoor zijn aparte objectgerichte richtlijnen nodig om te sturen op de specifieke kwaliteit.
Stolpen
In de gemeente Purmerend staan meerdere stolpboerderijen. Stolpboerderijen zijn typisch voor Noord-Holland. De piramidevormige boerderijen werden vanaf de 16e eeuw tot in de 20e eeuw gebouwd. De stolp dankt zijn kenmerkende vorm aan het vierkant (het hooihuis of de ‘tas’) in het midden, met vier stijlen op de hoeken die het piramidevormige dak dragen. Om de tas heen liggen de stallen en de dors (de ruimte waar de wagens ingereden konden worden en het vee werd binnengevoerd). Het woonhuis is soms als een apart volume tegen de stolp aangeschoven. In bepaalde gevallen is de dorsdeur (grote schuurdeur) aangebracht binnen het volume, waardoor een verhoging in het schuine dak ontstaat. In de gemetselde of houten buitenwanden van de stolp zitten ter plaatse van de dors en de stallen kleine(re) vensters. Het woonhuis heeft soms een topgevel van baksteen, al dan niet in combinatie met hout, die representatief en rijk bewerkt is. Ook is de voorgevel vaak verhoogd en zijn de ingangspartij en de vensters van het woonhuis vaak fraai bewerkt. Het dak is bedekt met dakpannen, al dan niet in combinatie met, niet overhangend, riet. Soms heeft het dak een ‘spiegel’, als ter plaatse van het naar de weg gekeerde dakvlak het riet als decoratieve uitsparing is weggelaten, en is ingevuld met dakpannen.
Richtlijnen
algemeen
Stolpen zijn door hun kapvorm bepalende elementen in het landschap, behoud of - als sloop onvermijdelijk is - herbouw van de stolp is daarom altijd het uitgangspunt bij ingrepen.
massa en opbouw
De hoofdvorm, één lage begane-grondlaag plus piramidevormig dak, blijft gehandhaafd.
Bij uitbreiding uitgaan van de maat van de plattegrond van de stolp; deze is karakteristiek en varieert van middelgroot (15 bij 15 meter) tot groot (20 bij 20 meter)
De dakhelling is minimaal 45 graden.
Een ‘pronkgevel’ met verhoogd middendeel alleen op de voorgevel.
Een dakkapel of loggia alleen op het achterdakvlak en ondergeschikt opgenomen in het dakvlak.
Geen zonnepanelen en -collectoren aan de voorkant.
Dakramen en zonnepanelen of -collectoren verzonken in het dakvlak (niet bij monumenten) en mits de maat in verhouding staat tot het oppervlak van de kap en overige reeds aanwezige elementen daarin.
Geen glimmende/spiegelende zonnepanelen en/of collectoren, dus ook geen glimmende randafwerking.
Grote ingrepen zoveel mogelijk concentreren op één punt.
Aan-, uit- en bijgebouwen zijn in maatvoering ondergeschikt aan het hoofdvolume.
detaillering, materiaal- en kleurgebruik
Bij restauratie/verbouwing dienen materialen zoveel mogelijk aan te sluiten bij de oorspronkelijke materialen (hout, betimmeringen, deuren, ramen, kozijnen, baksteen, voegspecie etc.)
Hoofdmaterialen voor de gevels zijn baksteen en/of houten delen. Andere materialen alleen in onderschikking.
Als dakbedekking worden matte keramische pannen of riet - of een combinatie hiervan toegepast.
Geglazuurde dakpannen zijn alleen toegestaan als de bestaande of historische situatie daartoe aanleiding geeft.
De baksteenkleur valt binnen de bandbreedte van aardtinten (licht)rood/roodbruin/bruin. Een andere kleurstelling is alleen mogelijk, wanneer de bestaande situatie en/of specifieke omstandigheden daarvoor aanleiding zijn.
De kleur van de dakpannen is (Hollands)rood, grijsgesmoord of antraciet.
De kleur van houten delen is dekkend-donker of crème-wit.
De volgende materiaal- en kleurtoepassingen worden als oneigenlijk beschouwd voor de stolpboerderij en zijn derhalve in principe niet toegestaan:
beton, betonsteen, kalkzandsteen, baksteenstrips, alsmede stucwerk met baksteenmotief e.d.;
kunststof-, metaal- of volkernplaten als gevelbekleding;
kunststof- of metaalplaten, alsmede dakpanplaten, kunstriet en shingles als dakbedekking;
kunststofkozijnen, -ramen en deuren;
spiegelend glas, vlakke plaatdeuren, rolluiken.
De materialisatie van aan-, uit- en bijgebouwen is afgestemd op de karakteristieke materiaaltoepassing van de stolp en/of het gebruikelijke landelijk traditionele materiaalgebruik. Bij de materiaalkeuze speelt de beeldkwaliteit van het ensemble een doorslaggevende rol. Een afwijkende materialisatie is in overleg met de gemeentelijke adviescommissie mogelijk.
Geen felle, contrasterende en/of bonte kleuren.
Hoogbouw
Purmerend staat voor een verdichtingsopgave. Eén van de speerpunten in de ‘Agenda Purmerend 2040’ is een grootstedelijke ambitie voor Purmerend vastgesteld waarin een substantieel aantal woningen aan de stad wordt toegevoegd. Eén van de middelen om te kunnen verdichten, is hoogbouw.
Onder hoogbouw wordt in Purmerend verstaan gebouwen met een hoogte van meer dan 25 meter (ca. 8 lagen). In de ‘Hoogbouwvisie Purmerend’ (2017), een uitwerking van de ‘Agenda Purmerend 2040’, staat waar hoogbouw bij voorkeur mogelijk is, met welke hoogte en wanneer een hoogbouweffectrapportage moet worden uitgevoerd om de impact te onderzoeken. Deze hoogbouweffectrapportage is verplicht bij een hoogte van meer dan 25 meter (8 lagen).
Om hoogbouwinitiatieven te beoordelen zijn in de hoogbouwvisie vuistregels opgenomen. Van de initiatiefnemer van hoogbouw wordt verwacht dat de vuistregels worden meegenomen en afgewogen in de hoogbouweffectrapportage.
Richtlijnen
Verschijningsvormen voor hoogbouw zijn voor een groot deel situatie-afhankelijk. Uitgangspunt is dan ook dat de context (directe omgeving en invloed op stedelijk weefsel) van de hoogbouw een belangrijke rol speelt bij de beoordeling. Daarbij kunnen onderstaande richtlijnen ondersteunend zijn.
algemeen
Er is rekening gehouden met de gestelde vuistregels zoals opgenomen in de ‘Hoogbouwvisie Purmerend’.
Landschappelijke inpassing: de hoogbouw past in de horizon van de stad of heeft een dusdanige impact op de horizon en het imago, dat dit de stad versterkt.
Stedelijke inpassing: de hoogbouw past binnen het beeld van de stad of wijk en heeft een dusdanige impact op de directe omgeving en/of het imago, dat dit de stad versterkt.
De hoogbouw doet recht aan de (cultuur)historische waarden van de plek.
plaatsing en oriëntatie
De plaatsing van hoogbouw levert een positieve bijdrage aan de beleving van een plek, als stedenbouwkundig accent, oriëntatie en herkenbaarheid.
De oriëntatie van de gebouwen is alzijdig, en versterkt de oriëntatiemogelijkheden binnen de stad.
Het gebouw sluit op een goede wijze aan op de openbare ruimte.
hoofdvorm en massa
De maat en schaal van het gebouw past op een goede wijze in de korrelgrootte van de directe omgeving. Dat betekent niet dat hoogbouw even groot moet zijn als de omliggende bebouwing, maar vooral dat er sprake is van een passende evenwichtige verhouding tussen het gebouw, de open ruimte en de bebouwing in de omgeving.
plint (uit hoogbouwvisie)
De openbare ruimte rondom het gebouw moet goed ontworpen zijn met aanlooproutes, beplanting, verlichting etc..
Transparantie in de gevel zorgt voor interactie tussen binnen en buiten.
Attractieve functies kunnen een bijdrage leveren aan de levendigheid.
Extra hoge verdiepingen in de plint maken het gebouw geschikt voor functieveranderingen in de toekomst.
Hoge gebouwen geven windoverlast. Voor het goed functioneren van de openbare ruimte rondom is het van belang dit te voorkomen.
In de verschijningsvorm, materiaalgebruik en geleding kan een plint reageren op de straat. Ook de benadering en vormgeving van de entree speelt hierin een rol.
De opbouw van de massa van het gebouw speelt in de beleving ook een belangrijke rol.
vormgeving, materiaal- en kleurgebruik
De entree en eventuele hellingbaan van een eventuele parkeergarage vinden zo veel mogelijk binnen het pand plaats en zijn integraal onderdeel van het ontwerp en doet geen afbreuk doen aan de beleving van de buitenruimte.
In materiaal- en kleurgebruik is sprake van een samenhang en harmonie als geheel.
Er wordt gebruik gemaakt van duurzame materialen die blijvend kwaliteit uitstralen.
duurzaamheid
Er is op verschillende niveaus nagedacht over duurzaamheid, waaronder bestendigheid, energie- en klimaatbeheer, materiaalgebruik, afvalstromen, mobiliteit, ecologie en natuur etc.
Bij de toepassing van voorzieningen t.b.v. duurzaamheid zoals zonnecollectoren/ -panelen, groene gevels/daken of dergelijke, passen deze binnen het architectonische concept en zijn ze integraal mee ontworpen.
Terrassen
Een terras is een buiten het horecabedrijf liggend deel waar sta- of zitgelegenheid wordt geboden en dranken kunnen worden geschonken en etenswaren voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. Om het verblijf in het centrum aantrekkelijk te maken zijn er meerdere terrassen. Maar terrassen hebben ook invloed op het straatbeeld en gebruik van de openbare ruimte.
Ten aanzien van terrassen wordt er onderscheid gemaakt in een gevelterras en zomerterras. Het gevelterras bevindt zich tegen de gevel van het horecabedrijf. Het terras is niet breder dan de gevel van dit bedrijf. Een zomerterras is een terras dat zich niet aan de gevel bevindt. Dit kan zijn op pleinen en pleinachtige ruimten zoals de Koemarkt en de Kaasmarkt.
In de Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2003 (Apv) wordt in artikel 110b lid 6 aangegeven wanneer een vergunning nodig is voor het plaatsen van een terras. De richtlijnen zijn alleen van toepassing voor terrassen waarvoor een vergunning nodig is.
Voor het plaatsen van terrassen heeft de gemeente het Terassenbeleid van de gemeente Purmerend vastgesteld. Voor het plaatsen van schermen op de Koemarkt is tevens het raadsbesluit tot Beleidsuitgangspunten plaatsing schermen t.b.v. terrassen Koemarkt (2017) van toepassing.
Richtlijnen
Alleen terrassen bij de inrichtingen zoals omschreven in Afdeling 7a van de Algemene Plaatselijke Verordening. Het vigerende bestemmingsplan is leidend of een horeca inrichting is toegestaan. Onderstaande richtlijnen hebben uitsluitend betrekking op het uiterlijk van terrassen en de gevolgen van plaatsing daarvan.
algemeen
Terrassen mogen geen directe schade aanbrengen in de bestrating of straatmeubilair.
Het is toegestaan de naam, het logo / beeldmerk van het horecabedrijf of een product dat wordt verkocht op de terrasschotten en de volant (randen) van de parasols te voeren.
terrasmeubilair
Alle soorten (lig)stoelen en banken zijn toegestaan op zowel het gevel- als het zomerterras mits direct en makkelijk verplaatsbaar.
Om het open karakter van pleinen te waarborgen en goed toezicht mogelijk te houden mogen de rugleuningen van terrasmeubilair niet hoger zijn dan de gemiddelde terrasstoel. Als richtlijn wordt 1.00 m. gehanteerd.
Streven naar een bepaalde verwantschap en harmonie in het straatmeubilair.
Toepassing van losse verwarmingselementen is mogelijk.
windschermen algemeen
Geen terrasschermen op zomerterrassen (terrassen die zich niet tegen de gevel bevinden).
De terrasschermen bij terrassen tegen de gevel zijn gemakkelijk, zonder gebruik van gereedschap verwijderbaar en daarom niet vast aangebracht in de grond.
Het aanbrengen van schermen mag niet leiden tot gevelbeschadigingen.
Terrasscherm is niet breder dan 2.00 m. en niet hoger dan 1.50 m..
Op de Koemarkt is het terrasscherm niet breder dan 3.50 m., niet hoger dan 1.50 m. en niet voorbij de historische paaltjes geplaatst.
windschermen hoger dan 1.50 m. op Koemarkt
Maat, materiaal en detaillering dient passend te zijn bij de karakteristiek van de gevels.
Alleen geplaatst op de erfscheiding tussen panden.
parasols
Parasols in één egale kleur, vierkant of rechthoekig en niet boven de kroonhoogte van bomen uitkomen.
Reclame-uitingen
Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. Reclame op borden, lichtreclames en spandoeken of vlaggen vormen een belangrijk en beeldbepalend element van de openbare ruimte. In gebieden met commerciële functies zijn reclames op zijn plaats en verhogen ze de visuele aantrekkingskracht van de omgeving, hoewel daar een kritische grens aan verbonden is. In andere gebieden is (bepaalde) reclame ongewenst.
De reclame-uitingen dienen te voldoen aan onderstaande uitgangspunten en de van toepassing zijnde regelgeving in het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Algemene plaatselijke verordening. Dit geldt ook voor de reclame-uitingen op basis van privaatrechtelijke overeenkomsten. Reclame-uitingen die voldoen aan de voorschriften uit bijlage 2 van het Besluit Omgevingsrecht kunnen zonder omgevingsvergunning worden aangebracht.
Algemene richtlijnen
Met het oog op de aard, gewenste uitstraling en schaal zijn de volgende vaste reclame-uitingen storend in het straatbeeld en daarom in beginsel niet toegestaan:
Reclamebakken buiten de bouwmassa (het silhouet) van het gebouw op daken en goten.
Lichtbakken aan, op of bij monumenten.
Mechanisch bewegende reclame.
Daglichtreflecterende reclame.
Lichtreclame met veranderlijk of intermitterend (knipperend) licht.
Reclame of beschilderingen op rolluiken.
Reclame op zonwering, m.u.v. terughoudend aanbrengen van naamsaanduiding op doek van zonwering.
Reclame in fluorescerende kleuren.
Reclame op, aan, bij of voor een woning of woonverdieping uitsluitend gebruikt t.b.v. de woonfunctie. Bij woningen waar sprake is van een praktijk aan huis is klein naambord naast de deur mogelijk.
Aanstootgevende, intimiderende, beledigende en/of discriminerende teksten en/of afbeeldingen.
Voor het overige zijn in algemene zin de hierna volgende richtlijnen van toepassing. Een andere plaatsing of maatvoering die afwijkt van de richtlijnen is denkbaar mits de architectuur dit mogelijk maakt.
algemeen
Reclame dient in de beleving te passen bij het karakter van de directe omgeving.
Geen overdaad aan reclame-uitingen.
Bij een nieuwbouw- of verbouwplan de reclame zo veel mogelijk in het ontwerp integreren.
plaatsing
Een reclame heeft een rechtstreeks verband met de activiteiten die in het pand of op het perceel plaatsvinden.
Reclames aan, voor en/of op korte afstand van monumenten mogen de monumentale en architectonische waarde van het pand en de directe omgeving niet aantasten.
Reclames mogen het uitzicht op en het (veilig) gebruik van de openbare ruimte niet ernstig belemmeren.
Indien de (historische) architectuur van bestaande bebouwing reeds voorziet in specifieke reclamemogelijkheden, zoals koofborden of velden tussen raamkozijnen en -bogen, zijn dat de aangewezen plaatsen waar reclame-uitingen aangebracht dienen te worden.
Gevelreclame integreren in de gevelstructuur of architectuur van de gevel, waarbij de maatvoering en detailleringen harmoniëren met de gevel en straatwand.
De samenhang en structuur van de gevel en straatwand behouden (bijv. geen scheiding winkelpui en verdieping).
vormgeving
Bevestigingsconstructies, toevoerleidingen en hulptoestellen zoveel mogelijk aan het oog onttrekken.
Kokers, uitsluitend bestemd voor het opbergen van elektrische leidingen en andere hulpconstructies, zijn geschilderd in een donkere kleur of in dezelfde kleur als het gevelvlak.
Objecten moeten voldoen aan technisch en constructieve eisen en zoveel mogelijk zijn gemaakt van duurzame materialen (kwalitatief hoogwaardige materialen, ook voor langere termijn).
Geen overdaad van felle, contrasterende en/of bonte kleuren.
Historische stad
Per bedrijf / winkel per 5.00 meter gevelbreedte maximaal 4 reclame-uitingen aan de voorgevel (bij een hoekpand met twee puien is er sprake van 2 voorgevels).
Reclame alleen plat of haaks op de voorgevel geplaatst (bij een hoekpand met twee puien is er sprake van 2 voorgevels).
Niet op het dak of de dakrand overschrijdend.
Maximaal 1 lichtgevende of aangelichte reclame met constante lichtbron.
Maximaal 1 vlag, vaandel wimpel of banier per 3.00 m. gevelbreedte.
Geen spandoeken en steigerdoeken in frame.
Reclame plat op de gevel:
tussen bovenkant kozijnen of pui begane grond en onderkant kozijnen verdieping;
maximaal 75% van gevelbreedte;
maximaal 60% van hoogte borstweringstrook met een maximum van 0.50 m.;
plaatsing met rondom zichtbare ruimte tussen reclame en kozijnen, tenzij geïntegreerd in winkelpui.
Reclame haaks op de gevel:
tussen bovenkant kozijnen of pui begane grond en bovenkant kozijnen verdieping;
maximaal 0.20 m. dik, bij monumenten maximaal 0.05 m. dik.
maximaal 0.60 m. hoog en 0.80 m. uit de gevel stekend (exclusief bevestigingsconstructie);
bevestigingsconstructie tussen 0.10 en 0.15 m uit de gevel stekend.
Woongebieden
In een woonomgeving zijn reclame-uitingen niet op hun plaats, tenzij er sprake is van een winkelcentrum of praktijkruimte aan huis, zoals een arts of verzekeringsadviseur.
Praktijkruimte aan huis
Uitsluitend één kleine onverlichte aanduiding aan de gevel onder de vloer van de eerste verdieping.
Maximaal 0.50 m2 en maximaal 0.10 m dik inclusief bevestigingsconstructie.
Winkelcentra in de woongebieden
Per bedrijf / winkel per 5.00 meter gevelbreedte maximaal 4 reclame-uitingen aan de voorgevel (bij een hoekpand met twee puien is er sprake van 2 voorgevels).
Boven de entree, gecentreerd in de gevel of passend in de structuur van de gevel / winkelpui.
Bij meerdere verdiepingen onder de onderdorpel van de kozijnen op de eerste verdieping.
Op de dakrand van grotere overdekte winkelcentra de naam van het gehele complex in losse letters, niet breder dan de entreepartij met een maximum van 3.00 meter breed en 1.00 meter hoog inclusief bevestigingsconstructie.
Maximaal 1 vlag, vaandel wimpel of banier per 3.00 m. gevelbreedte.
Oost-west as
In dit gebied is sprake van een transformatie naar een aantrekkelijk, stedelijk en multifunctionele zone, met zowel woon- als bedrijfsbebouwing en gecombineerde functies.
Reclame-uitingen dienen terughoudend te zijn en te passen binnen de ambities van het gebied. Uitgangspunt is mee-ontworpen reclame-uitingen passend binnen de architectuur van het gebouw. Voor bedrijfspanden zijn de criteria voor bedrijventerreinen van toepassing. Uitgezonderd reclame-uitingen op daken en reclamedoeken in frame aan de gevel.
Bedrijventerreinen
Per bedrijfspand per 3.00 meter gevelbreedte maximaal 1 reclame-uitingen aan de voorgevel (bij een hoekpand met twee puien is er sprake van 2 voorgevels).
Boven de entree, gecentreerd in de gevel of passend in de structuur van de gevel.
Maximaal 2.00 m. hoog, 4.00 m. breed en 0.30 m. vanuit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie.
Op de dakrand niet breder dan de entreepartij met een maximum van 3.00 meter breed en 1.00 meter hoog inclusief bevestigingsconstructie.
Maximaal 1 vlag, vaandel wimpel of banier per 3.00 m. gevelbreedte.
Bij de hoofdentree maximaal 3 even hoge vlaggenmasten tot 6.00 meter hoog.
Op eigen terrein is één (gezamenlijke) vrijstaande zuil met een maximale afmeting (bxh) van 1.25 x 4.50 m. mogelijk. Van een zuil bij een gebouw hoger dan 20 m. kan de maximale afmeting (bxh) 1,50 x 6,00 m. zijn.
Reclame uitingen op verzamelgebouwen kennen een eenduidige ritmiek en vormgeving.
Groene krans
Uitgangspunt is dat de parken en het landschap vrij blijft van reclame-uitingen. Uitzondering zijn sport- en recreatieterreinen.
Sport- en recreatieterreinen
Tegen de gevel van het clubgebouw bestaande uit onverlichte naamsaanduiding(en) van de vereniging(-en) met een totale maximale oppervlakte van 2.00 m2. per (club)gebouw.
Bij de hoofdentree van het terrein maximaal 1 bord of zuil tot maximaal 3.50 meter hoog.
Bij de hoofdentree van het terrein maximaal 4 even hoge vlaggenmasten tot 6.00 meter hoog.
Reclameborden langs het sportveld of -baan tot maximaal 1.20 m. hoog.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2.
BIJZONDERE GEBOUWEN EN FUNCTIES
Onderdeel van NOTA omgevingskwaliteit 2020