Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Ontzegging vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Best 2020 en verder

1.. Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzeggen indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of op een andere wijze de orde in het vervoersmiddel verstoort of de veiligheid van de inzittenden van het vervoersmiddel in gevaar brengt. 2.. Alvorens over te gaan tot een ontzegging worden de volgende stappen ondernomen: indien er sprake is van één klacht of meerdere klachten dan wel aanhoudende klachten maakt de vervoerder melding van de klachten bij de gemeente Best en wordt er een onderzoek gestart; in het kader van het onderzoek als bedoeld onder a zal de gemeente in gesprek gaan met de vervoerder, de chauffeur, ouders en/of school; indien uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van verwijtbaar gedrag van de leerling volgt er een eerste waarschuwingsbrief aan de ouders of de leerling in geval deze meerderjarig en handelingsbekwaam is; indien het verwijtbaar gedrag aanhoudt, volgt er een tweede waarschuwingsbrief. Voorts zorgt het college in deze fase voor een extra zitplaats in de taxi om begeleiding van de leerling door één van de ouders of begeleider mogelijk te maken. De kosten voor een begeleider zijn voor rekening van de ouders; indien de klachten en het verwijtbaar gedrag na ontvangst van de tweede waarschuwingsbrief alsnog aanhouden, kan per direct een schorsing volgen voor een periode van een volle schoolweek; indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan na de eerste waarschuwingsbrief aan de ouders, per direct schorsing volgen voor een periode van een volle schoolweek. In dat geval ontvangen ouders geen tweede waarschuwingsbrief; indien na schorsing het aangepast vervoer wordt hervat en de klachten en het verwijtbaar gedrag houden aan kan de leerling worden uitgesloten van het vervoer met een minimum van 3 maanden (exclusief vakanties) en maximaal tot het einde van het schooljaar; indien de veiligheid van de inzittenden en de chauffeur ernstig in het geding is dan wel zich andere omstandigheden voordoen waardoor voortzetting van het aangepast vervoer ten opzichte van de inzittenden en de chauffeur niet aanvaardbaar is, kunnen de stappen onder c t/m e worden overgeslagen en kan er afhankelijk van de ernst van het verwijtbaar gedrag direct worden overgegaan tot schorsing van een volle week dan wel uitsluiting met een minimum van 3 maanden en maximaal tot het einde van het schooljaar. 3.. Bij een uitsluiting van het vervoer als bedoeld onder g en h van dit artikel zal de vervoersvoorziening schriftelijk worden ingetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel