Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Lozingsverbod hemelwater

Onderdeel van Verordening op de afvoer van hemelwater gemeente Neder-Betuwe

1). Het is in de daartoe door het college krachtens artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of in het omgevingsplan aangewezen gebieden verboden om: afvloeiend hemelwater, afkomstig van de dakvlakken en/of verharding van gebouwen, te lozen op het openbaar vuilwaterriool en/of een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op dit openbaar vuilwaterriool. 2). Het college van B&W kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien van de eigenaar van het gebouw bij wie het afvloeiend hemelwater vrijkomt door hem aantoonbaar redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater kan worden gevergd. Aan de in de eerste volzin genoemde ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 3). De gebiedsaanwijzing heeft geen betrekking op de openbare ruimte en inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 4). Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt het college van B&W rekening met het gemeentelijk rioleringsplan. 5). De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de datum, genoemd in de aanwijzing. Deze datum kan per gebied verschillen. De datum van inwerkingtreding is niet eerder dan zes maanden na de dag waarop de gebiedsaanwijzing bekend is gemaakt. 6). vervallen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel