Bijstand wordt verleend, tenzij:
a. het raadslid ofwel commissielid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
b. dit het belang van de gemeente of de individuele belangen van derden kan schaden;
c. de ermee gemoeide werkzaamheden een onevenredig beslag leggen op de ambtelijke capaciteit;
d. het verzoek een kennelijk discriminerende strekking heeft ten opzichte van individuele personen of groepen van personen.
HOOFDSTUK 5:
Artikel 19:
Weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening organisatie griffie en ondersteuning raad gemeente Meierijstad 2020