Beleidsregels met betrekking tot artikel 3 lid 6 van de Parkeerverordening.
Artikel 3 lid 6 van de geldende parkeerverordening luid:
Een vergunning wordt geweigerd wanneer de aanvrager woont c.q. werkt in een gebouw of gebouwencomplex, waartoe parkeergelegenheid behoort in een omvang, die strookt met de ter zake geldende gemeentelijke richtlijnen.
Door het wijzigen van de functie van een bouwwerk of het splitsen van woningen kan het voorkomen dat een deel van de parkeercapaciteit in de openbare ruimte aanwezig is.
Het college besluit op grond van artikel 3 lid 7 parkeervergunningen toe te wijzen per huishouden indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
Om in aanmerking te komen voor deze regeling moet voor oplevering, splitsing of het indienen van een bouwaanvraag door de bouwer/projectontwikkelaar/makelaar of eigenaar van het complex een schriftelijk, onderbouwd verzoek indienen;
Dit verzoek moet onderbouwd zijn en voorzien van een verdeling van de parkeercapaciteit van het bouwwerk tussen de verschillende woningen. Een tekening (schaal 1:200) van de woning/complex en de omgeving waar de parkeerplaatsen zijn gelegen moet deel uitmaken van de aanvraag;
De niet openbare parkeervoorzieningen dienen onlosmakelijk bij aan de woningen verbonden zijn;
De parkeervoorzieningen moeten als parkeervoorziening in stand worden gehouden;
Het aantal toe te kennen parkeervergunningen is maximaal gelijk aan de parkeercapaciteit op openbaar gebied met een maximum van één (1) per woning;
Een eerste bewoners vergunning blijft op grond van artikel 3 lid 6 uitgesloten.
uitsluitingen
Indien het gebouw of complex voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt is artikel 3 lid 7 niet van toepassing en een aanvraag afgewezen;
Bij woningen/complexen waar de parkeervoorzieningen niet zijn toegewezen aan specifieke wooneenheden wordt de aanvraag afgewezen.
Overgangsregeling
Reeds in het verleden uitgegeven vergunningen voor woningen/complexen die over eigen parkeergelegenheid beschikken worden gehandhaafd zolang de aanvrager van de huidige vergunning is ingeschreven op het adres waarvoor de vergunning is toegekend. Bij verhuizing en of nieuwe inschrijving vervalt het recht.
Het college is bevoegd om op grond van artikel 3 lid 10 van de parkeerverordening deze aanvullende voorschriften en beperkingen op te leggen.