Naar hoofdinhoud
1.. Het bestuur zendt, met in achtneming van het bepaalde in artikel 34b van de wet, jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden. 2.. Het bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting op voor het volgende kalenderjaar. 3.. Het bestuur zendt de ontwerpbegroting en de toelichting daarop acht weken voordat zij wordt vastgesteld toe aan de raden van de gemeenten. 4.. De raden van de gemeenten kunnen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpbegroting hun zienswijze over die begroting bij het bestuur naar voren brengen. 5.. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 6.. Nadat deze zijn vastgesteld, zendt het bestuur de nota van beantwoording van de door de gemeenteraden ingediende zienswijzen en, zo nodig, de begroting aan de raden van de gemeenten. 7.. Het bestuur zendt de begroting, met inachtneming van artikel 34, tweede lid, van de wet, aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en aan Gedeputeerde Staten. 8.. Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel