**1..** Toetreding geschiedt per 1 januari van enig jaar en uittreding op 31 december van enig jaar.
**2..** Voor toetreding is instemming benodigd van de reeds aan de GR deelnemende colleges.
**3..** Een deelnemende gemeente kan zelfstandig besluiten tot uittreding door toezending aan het bestuur van de daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen die op grond van wettelijke bepalingen hiertoe bevoegd zijn.
**4..** Het bestuur zendt het besluit tot uittreding van een gemeente ter kennisneming aan de colleges van de overige deelnemende gemeenten.
**5..** Uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin het bestuur van het besluit tot uittreden in kennis is gesteld.
**6..** Het financiële nadeel dat voor de andere deelnemende gemeenten ontstaat door het beëindigen van de deelname door de uittredende gemeente aan het uitvoeringsprogramma, wordt over een periode van drie jaar vanaf datum uittreding zichtbaar gemaakt en door de uittredende gemeente ter compensatie aan het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden vergoed.
**7..** De berekening van het financiële nadeel geschiedt op basis van de volgende uitgangspunten:
het aandeel van de uittredende gemeente in de overhead (de zogenaamde niet vermijdbare desintegratiekosten) gedurende drie jaar;
drie keer het aandeel van de uittredende gemeente in de jaarkosten fte ten behoeve van de vorming van een voorziening voor verplichtingen die volgen uit de afvloeiing van personeel, herplaatsingskosten (werk naar werkbegeleiding) en transitievergoedingen die rechtstreeks voortvloeien uit de beëindiging van taken als gevolg van voornoemde uittreding.
**8..** Indien de uittredende gemeente haar fte-aandeel met ingang van de datum van uittreding overneemt wordt het financiële nadeel verminderd met drie keer haar aandeel in de jaarkosten fte.
**9..** Naast de in het achtste lid beschreven mogelijkheden ter compensatie kan bij de berekening van het financiële nadeel rekening worden gehouden met andere voorstellen van de uittredende gemeente waarmee de kostenrisico’s voor de andere deelnemende gemeenten worden verlaagd.
**10..** Het op basis van het zevende tot en met negende lid berekende financiële nadeel wordt door de uittredende gemeente aan de gemeenschappelijke regeling jaarlijks vergoed gedurende drie jaar of tegen contante waarde afgekocht middels een afkoopsom.
**11..** Bij het ontbreken van overeenstemming over de hoogte van het berekende financiële nadeel als bedoeld in het tiende lid vragen het bestuur van de GR en het college van de uittredende gemeente gezamenlijk advies aan een onafhankelijke externe deskundige voor de vaststelling van het financiële nadeel als bedoeld in het zesde lid.
**12..** Het advies van de in het elfde lid bedoelde deskundige is voor partijen bindend, onverminderd het bepaalde in artikel 28 van de wet en de kosten voor het inschakelen van de deskundige worden in gelijke mate over beide partijen verdeeld.
**13..** Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en de uittredende gemeente gaan, met inachtneming van artikel 3, een overeenkomst aan voor de uitvoering van de taken die het Servicebureau, in het kader van het in het achtste lid bedoelde compenserende maatregelen, gedurende een periode van maximaal drie jaar na de datum van uittreding nog voor de uittredende gemeente blijft verrichten.
HOOFDSTUK 9.
Artikel 20.