Naar hoofdinhoud
1.. Een lid van het bestuur kan door het college van burgemeester en wethouders of door één van de colleges die in gezamenlijkheid het lid hebben aangewezen op de in die gemeente of gemeenten gebruikelijke wijze ter verantwoording worden geroepen voor de wijze waarop dat lid de desbetreffende gemeente in dat bestuur heeft vertegenwoordigd. 2.. Het in het vorige lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raad of raden. 3.. In het kader van een periodieke evaluatie van het functioneren van de gemeenschappelijke regeling legt het bestuur schriftelijk verantwoording af aan de deelnemende gemeenten. 4.. Het college van burgemeester en wethouders kan bij de behandeling van de in het derde lid bedoelde verantwoordingsrapportage in het overleg met de raad een vertegenwoordiger van het bestuur uitnodigen om hierop een toelichting te geven.

Rechtspraak bij dit artikel