De toezichthouder rechtmatigheid Jeugdwet is bevoegd om met gebruikmaking van de aan hen toegekende bevoegdheden ingevolge de artikelen 5:15 t/m 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, onafhankelijk onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van de ondersteuning. Zij kunnen onderzoek doen op basis van signalen, meldingen of klachten, dan wel proactief, op basis van een steekproefsgewijze aanpak.
De toezichthouder is bevoegd om het college onafhankelijk te adviseren om op basis van de bevindingen van een onderzoek:
de betreffende aanbieder, al dan niet tijdelijk, uit te sluiten van overleggen in het kader van inkoop of van verlengen van overeenkomsten voor zorg in natura;
tijdelijk geen Pgb’s te verstrekken ten behoeve van het verlenen van hulp, ondersteuning of hulpmiddelen door de betreffende aanbieder;
tijdelijk geen cliënten toe te wijzen aan de betreffende aanbieder;
tijdelijk de betalingen op te schorten;
een aanwijzing met hersteltermijn te bieden;
indien er sprake is van ernstige en/of herhaalde overtreding de overeenkomsten met de betreffende aanbieder voor zorg in natura te beëindigen,danwel het Pgb waarmee de betreffende aanbieder wordt bekostigd, te beëindigen;
aangifte te doen;
andere maatregelen te treffen.
De maatregelen zoals bedoeld in lid 2. dienen in alle gevallen proportioneel te zijn naar de aard van de overtreding of melding.
Indien het onderzoek als bedoeld in lid 1. betrekking heeft op een aanbieder die namens de gemeente door de MGR is gecontracteerd voor de levering van voorzieningen in het kader van de Jeugdwet, adviseert de toezichthouder ook aan de MGR.
De toezichthouder is voorts bevoegd om op basis van de bevindingen in zijn onderzoekspraktijk, aanbevelingen aan het college dan wel de MGR te doen ten aanzien vanaanpassing van beleid of van werkwijzen.