Met andere woorden: als de reclame-uiting aan onderstaande eisen voldoet, dan is deze reclame-uiting zonder nadere vergunning toegestaan.
Woonwijken (4 t/m 12)
Voor gronden met een andere bestemming dan een woonbestemming is per gebouw één gevelaanduiding toegestaan.
Hoogte: max. 0,5 m
Breedte: max. 2,5 m
Daarnaast per bedrijf één handelsnaam in gevelvlak: Hoogte max 0,4 m, breedte: max. 2,5 m.
Indien loodrecht op de gevel: Hoogte: max 0,6 m, breedte: max 0,6 m
Voor gronden met een woonbestemming is per woning met bedrijf aan huis of huisgebonden beroep één gevelaanduiding toegestaan.
Hoogte: max. 0,5 m
Breedte: max. 0,5 m
Het oppervlak van gevelreclame mag niet meer zijn dan 5% van het totale geveloppervlak waarop de reclame is geplaatst.
Voor wijk- en buurtcentra is per twee stramienen of 2 maal 25 m² geveloppervlak één naamaanduiding in het gevelvlak óf één naamaanduiding loodrecht op de gevel toegestaan.
Indien loodrecht op de gevel: Hoogte: max 0,6 m, breedte: max 0,6 m
In gevelvlak: Hoogte: max. 0.6 m, Breedte: max. 2.5 m. Aan de gevel van het gebouw op de bouwlaag op maaiveldniveau of tot max. 1,5 m op de bouwlaag daarboven met losse (doos) letters.
Een lichtreclame-uiting wordt altijd getoetst aan de Richtlijnen lichthinder.
Historische kern (1)
Per gebouw zijn twee gevelaanduidingen toegestaan.
Op een gebouw dat op een hoek staat, zijn twee aanduidingen per gevel toegestaan.
In het gevelvlak mag de aanduiding maximaal 0.4 m x 2.5 m bedragen met losse (doos) letters, loodrecht op de gevel maximaal 0.4 x 0.4 meter.
Per gebouw is één vlag toegestaan. Maximale lengte vlaggenstok 1.50 meter.
Reclame op zonneschermen en markiezen zijn toegestaan als losse letters met naamsaanduiding van het bedrijf aan de onderzijde (de flap) van het scherm (volant).
De reclame-uitingen bevinden zich tot max. 1 m op de bouwlaag op maaiveldniveau de begane grond zone, waarbij minimaal 0.25 m ruimte onder de ramen van de eerste verdieping moet overblijven
Een lichtreclame-uiting wordt altijd getoetst aan de Richtlijnen lichthinder.
Historische linten (3)
Per gebouw/bedrijf is één gevelaanduiding toegestaan. Het formaat daarvan mag niet groter zijn dan hoogte 0.6 m x breedte 2.5 m.
Gebouwen/bedrijven met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1000 m2, mogen maximaal twee aanduidingen van hoogte 0.6 m x breedte 2.5 m aan de gevel hebben.
Het oppervlak van gevelreclame mag nooit meer zijn dan 5% van het totale geveloppervlak waarop de reclame geplaatst is.
Een lichtreclame-uiting wordt altijd getoetst aan de Richtlijnen lichthinder.
Centrum (2)
Aantal: per twee stramienen of 2 maal 25 m² geveloppervlak één naamaanduiding in het gevelvlak óf één naamaanduiding loodrecht op de gevel.
In gevelvlak: Hoogte: max. 0.6 m, breedte: max. 2.5 m. Aan de gevel van het gebouw op de bouwlaag op maaiveldniveau of tot max. 1,5 m op de bouwlaag daarboven.
Indien loodrecht op de gevel: Hoogte: max. 0,65 m, breedte: max. 0,65 m
Daarnaast per bedrijf één handelsnaam in gevelvlak: Hoogte max 0,4 m, breedte: max. 2,5 m.
Een lichtreclame-uiting wordt altijd getoetst aan de Richtlijnen lichthinder.
Kantoor- en
bedrijventerreinen (13)
Het aantal reclame-aanduidingen aan de gevel is afhankelijk van de grootte van de gevel of gevels die naar de openbare weg zijn gericht. Totaal geveloppervlak van de gevel(s) naar de direct aanliggende openbare weg:
<500 m2: totaal twee gevelaanduidingen toegestaan.
>500 m2 en < 1000 m2: totaal drie gevelaanduidingen toegestaan.
>1000 m2: totaal vier gevelaanduidingen toegestaan.
Een gevelaanduiding bedraagt max. 1 x 5 m. Het totaal aan reclame mag per bedrijf mag niet meer oppervlak innemen dan 10% van het totale geveloppervlak waarop de reclame geplaatst is.
Bij bedrijfsverzamelgebouwen bestaande uit kantoorunits (gestapeld, gemeenschappelijke hoofdentree) gelden bovenstaande afmetingen en aantallen reclameaanduidingen.
Bij bedrijfsverzamelgebouwen met bedrijfsunits (geschakeld, met eigen entree, unit gelegen op maaiveld of eventueel de verdieping daarboven) is één gevelaanduiding per bedrijfsunit toegestaan.
Elk bedrijf groter dan 1000 m2 bruto vloeroppervlak mag één eigen naam voeren op het gebouw, naast de hoofdaanduiding van het bedrijfsverzamelgebouw. Een gevelaanduiding bedraagt max. 1 x 5 m.
De gevelaanduiding is beperkt tot logo en naamsaanduiding van het bedrijf/gebouw.
Geen gevelaanduidingen die merk- en productreclames bevat en geen gevelaanduidingen die niet aan het bedrijf en/of locatie gebonden zijn.
Een lichtreclame-uiting wordt altijd getoetst aan de Richtlijnen lichthinder.
Snelweg , hoofdwegen
structuur en randstadrail (14)
Merkreclame op de stations worden beoordeeld door de NS, HTM of Prorail.
Voor kantoren en bedrijven gelegen in de hoofdwegenstructuur gelden dezelfde reclamecriteria als beschreven bij Kantoor- en bedrijventerreinen (13)
Een lichtreclame-uiting wordt altijd getoetst aan de Richtlijnen lichthinder.
Parken (15)
Eén naamaanduiding (max. hoogte 0.6 m x breedte 2.5 m) in de vorm van één gevelaanduiding, één bord of één banier per (verenigings)gebouw/ bedrijf
Eén extra naamsaanduiding bij grote gebouwen van meer dan 1000 m2 bvo.
Het totale oppervlak van de reclame mag niet groter zijn dan 5% van het geveloppervlak waarop de reclame geplaatst is.
Handelsreclame dient altijd intern gericht te zijn.
Bij horecabedrijven is naast de naamsaanduiding één gevelaanduiding met handelsreclame toegestaan. (max. hoogte 0.4 m x breedte 1 m)
Een lichtreclame-uiting wordt altijd getoetst aan de Richtlijnen lichthinder.
Polders
(16)
Eén naamaanduiding (max. hoogte 0.6 m x breedte 1.5 m) in de vorm van één gevelaanduiding, één bord of één banier per (verenigings)gebouw/ bedrijf.
Een lichtreclame-uiting wordt altijd getoetst aan de Richtlijnen lichthinder.
3.3.1 Invulling begrippen op grond van artikel 4.16 Apv
Voor alle gebieden geldt de volgende invulling van de begrippen ‘hinder voor de omgeving’ of ‘in gevaar brengen van verkeer’ in ieder geval, maar niet limitatief, de volgende bepalingen:
Veiligheid : Bij het aanbrengen en plaatsen (inclusief veranderen) van reclame-uitingen
moet, uit het oogpunt van openbare orde en veiligheid, de uitgangen en
nooduitgangen van gebouwen en de doorgaande routes naar gebouwen
altijd vrijgehouden worden voor de hulpdiensten.
Toegankelijkheid : Er blijft altijd vrije doorgang voor het verkeer, inclusief scootmobielen,
rollators, kinderwagens, slechtzienden en hulpdiensten.
Beplakken ramen : ramen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg mogen maar beperkt
beplakt zijn: maximaal 5% van het glasoppervlak dat het bedrijf tot zijn
beschikking heeft.