Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan een voorziening – uitgezonderd de voorziening beschut werk en loonkostensubsidie- beëindigen als: a.. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet en de op grond van artikel 55 van de wet opgelegde bijzondere verplichtingen, niet nakomt of; b.. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep of; c.. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet of; d.. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling of; e.. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening of; f.. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening of; g.. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening; 2.. De aangeboden voorziening moet leiden tot duurzame arbeid. 3.. Het college kan voorzieningen aanbieden die niet in de verordening zijn genoemd indien dit een meer passende weg is naar arbeidsinschakeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel