Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 18.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Interim-Verordening op de raadscommisssies Krimpenerwaard 2020

1.. Burgers en/of vertegenwoordigers van maatschappelijke of bedrijfsmatige instellingen kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die het beleidsterrein van de commissie betreffen, die geagendeerd en niet-geagendeerd zijn. Het spreekrecht van niet-geagendeerde onderwerpen vindt plaats bij het agendapunt spreekrecht. Het spreekrecht voor geagendeerde onderwerpen vindt plaats bij het betreffende agendapunt. Elke inspreker krijgt in eerste termijn maximaal drie minuten het woord. 2.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 4 uur voor de aanvang van de vergadering (tenzij de voorzitter oordeelt dat een kortere termijn mogelijk is) aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. 3.. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 4.. De inspreker zit aan tafel bij de vergadering. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissieleden kunnen daarna verhelderende vragen stellen. . Per inspreker is maximaal 10 minuten beschikbaar. Bij meerdere insprekers kan de voorzitter minder tijd per inspreker beschikbaar stellen. 5.. Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; over benoemingen, keuzen, voordrachten, aanbevelingen of ontslag van personen; indien een klacht op grond van het Klachtenprotocol, dan wel een melding op grond van de Gedragscode kan of kon worden ingediend; over onderwerpen waarover degene die van het spreekrecht gebruik wil maken hiervan reeds gebruik heeft gemaakt en niet van nieuwe feiten of omstandigheden is gebleken. 6.. De commissievoorzitter kan de inspreker het woord ontnemen, indien naar zijn oordeel van het gestelde in lid 6 sprake is.

Rechtspraak bij dit artikel