Het college hoeft geen jeugdhulp te verstrekken als uit onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) naar oordeel van het college toereikend zijn (art. 2.3, eerste lid, van de wet). Hulp van personen uit het sociaal netwerk valt daar ook onder. De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen zijn persoonsgebonden. Dat wil zeggen dat het betrekking kan hebben op de jeugdige of zijn ouder(s), maar ook op beiden. Het college zal in elke individuele situatie moeten beoordelen of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen toereikend zijn (RBOVE:2016:1379). Komt het college tot het oordeel dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) (deels) toereikend zijn, dan kan een aanvraag om jeugdhulp geheel of gedeeltelijk worden afgewezen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1