In de volgende situaties wordt ervan uitgegaan dat de huisgenoot (tijdelijk) geen gebruikelijke hulp biedt of kan bieden:
De huisgenoot is overbelast of dreigt te worden overbelast;
De huisgenoot heeft beperkingen en mist de kennis/vaardigheden om gebruikelijke hulp uit te voeren en kan deze vaardigheden niet aanleren;
De cliënt heeft een zeer korte levensverwachting;
De huisgenoot is regelmatig niet aanwezig, vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter;
Er is naar het oordeel van het College sprake van bijzondere omstandigheden. Hieronder wordt in ieder geval verstaan stapeling van zorgtaken.
Artikel 2.2