Lid 1
Als de werkgever van mening is dat door de financiële belangen van werknemer de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, niet in redelijk is verzekerd, dan ontvangt de werknemer een schriftelijk gemotiveerd oordeel omtrent de financiële belangenverstrengeling.
Lid 2
Indien er sprake is van financiële belangenverstrengeling wordt in samenspraak met de betrokken medewerker naar een oplossing gezocht.
Lid 3
Als de werkgever en de werknemer niet tot een oplossing komen, is de werknemer verplicht het financiële belang af te stoten.
Lid 4
Als de werknemer de verboden financiële belangen toch aanhoudt, is dit reden voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst en in het uiterste geval voor ontslag op staande voet.