Naar hoofdinhoud
1.. Bij de keuze voor een persoonsgebonden budget kiest de aanvrager voor een geldbedrag waarbij hij de huishoudelijke hulp zelf inkoopt. 2.. Het persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden kent twee vormen: een nettokostenvergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet op de loonbelasting 1964. Hierbij gaat het om een arbeidsovereenkomst voor maximaal drie dagen per week met een particuliere hulp waarvoor door de aanvrager geen loonbelasting hoeft te worden afgedragen; een brutokostenvergoeding voor een arbeidsovereenkomst voor meer dan drie dagen per week met afdracht loonbelasting dan wel een overeenkomst met een niet door het college gecontracteerde zorgaanbieder 3.. In het ondersteuningsplan wordt aangegeven hoeveel uren hulp bij het huishouden per week nodig zijn. 4.. De netto- en brutokostenvergoeding als bedoeld onder lid 2 onder a. en b. zijn: nettokostenvergoeding (exclusief belasting) categorie 1 en 2 € 13,60 brutokostenvergoeding (inclusief belasting) categorie 1 en 2 € 19,01. Voor de brutokostenvergoeding categorie 1 geldt dat het tarief individueel berekend zal moeten worden De hoogte van de Pgbbedragen als hiervoor bedoeld is hiermee toereikend om tot een met zorg in natura vergelijkbaar resultaat te komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel