**1..** De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreek-plaats en richten zich tot de voorzitter.
**2..** Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
HOOFDSTUK 3 › PARAGRAAF 2
Artikel 21