**1..** Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in, bestaande uit drie leden van de raad, bijgestaan door de griffier.
**2..** Overeenkomstig de bepalingen van de Kieswet onderzoekt de commissie de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden.
**3..** Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau over het verloop van de verkiezing en het vaststellen van de uitslag van deze verkiezing gebeurt door de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezing.
**4..** De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.
**5..** Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
**6..** In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
**7..** Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden, bijgestaan door de griffier. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid van de Gemeentewet en brengt schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6