In deze paragraaf wordt verstaan onder:
beroepskracht: een beroepskracht voorschoolse educatie als bedoeld in hoofdstuk 1 Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang;
doelgroeppeuter: een in de gemeente Coevorden woonachtige peuter van 2,5 tot 4 jaar met een leerlinggewicht, een taalachterstand of een risico op taalachterstand door onvoldoende taalaanbod in het Nederlands;
houder: houder als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang en als houder staat ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen;
kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 1.1, lid 1, van de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang en de andere daaraan verbonden wettelijke bepalingen;
kindplaats: een plaats voor een kind in de kinderopvang met subsidie. Eén kindplaats kan voor een heel kalenderjaar door één kind worden bezet of door meerdere kinderen voor evenredige delen van dat jaar. Indien een kindplaats voor een deel van een jaar bezet wordt door een kind, wordt voor die kindplaats een evenredig deel van de VVE-subsidie beschikbaar gesteld;
kindvolgsysteem: een gestandaardiseerde observatiemethode, als bedoeld in het Waarderingskader;
voorschoolse educatie: uitvoering van een door het college gesubsidieerd programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten.
voor- en vroegschoolse educatie (VVE): een door het college gesubsidieerd programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.7
Artikel 2.7.1