Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
de kosten die resteren na aftrek van baten uit eigen middelen, zelfwerkzaamheid en de bijdragen van derden en die direct samenhangen met de uitvoering van de subsidiabele activiteit;
de naar het oordeel van het college noodzakelijke voorbereidingskosten van de activiteit, voor zover deze kosten niet worden gesubsidieerd vanuit een andere subsidieregeling;
de loonkosten op voorwaarde dat die in redelijke verhouding staan tot de inzet in geld of menskracht van initiatiefnemers en deelnemers, die bij de uitvoering van het initiatief betrokken zijn;
de kosten van publiciteit voor de activiteit;
bijzondere huisvestingskosten die voor de activiteit noodzakelijk zijn.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.7