**1..** Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet een vergunning verlenen voor het gebruik van gronden of bouwwerken ten behoeve van tijdelijk verblijf in strijd met het omgevingsplan.
**2..** Een vergunning als bedoeld in artikel 4 lid 1 van deze beleidsregels, wordt niet verleend wanneer de betreffende locatie als wonen bestemd zou kunnen worden en uit de onderbouwing van de aanvraag onvoldoende blijkt:
waarom tijdelijk verblijf op de betreffende locatie wenselijker en geschikter is dan reguliere woningen, en;
waarom het verantwoord is mensen op deze locatie gedurende een bepaalde periode (2 weken tot 6 maanden) te laten verblijven.
**3..** Een vergunning als bedoeld in artikel 4 lid 1 van deze beleidsregels, wordt niet verleend wanneer:
uit de aanvraag omgevingsvergunning onvoldoende blijkt dat tijdelijk verblijf is bedoeld voor de doelgroep internationale studenten of de doelgroep internationale kenniswerkers; of
een vergunning wordt aangevraagd voor tijdelijk verblijf voor een doelgroep waarvan de door de gemeenteraad vastgestelde maximale ontwikkelruimte voor tijdelijk verblijf al is ingevuld. Deze maximale ontwikkelruimte is vastgesteld op 300 accommodaties tijdelijk verblijf voor de doelgroep internationale kenniswerkers en op 780 accommodaties tijdelijk verblijf voor internationale studenten; of
uit de aanvraag omgevingsvergunning blijkt dat de accommodatie voor tijdelijk verblijf een oppervlakte van minder dan 18 m2 GBO per persoon heeft.