Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Wijze van meten

Onderdeel van Ligplaatsenverordening woonschepen

De hoogte van een woonschip: vanaf het peil tot het hoogste punt van een woonschip, met uitzondering van ondergeschikte onderdelen van een woonschip, zoals masten, schoorstenen, antennes en daarmee vergelijkbare voorzieningen. De breedte van een woonschip: het punt waar de constructie van het woonschip, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, goten en vergelijkbare constructies, het breedst is. Ondergeschikte en/of niet-vaste delen die buiten de constructie steken, zoals zwaarden, rondhouten en eenvoudig demontabele voorzieningen, worden niet meegerekend. De lengte van een woonschip: het punt waar de constructie van het woonschip, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, goten en vergelijkbare constructies, het langst is. Ondergeschikte en/of niet-vaste delen die buiten de constructie steken, zoals rondhouten, roerbladen en boegsprieten, en eenvoudig demontabele voorzieningen worden niet meegerekend.

Rechtspraak bij dit artikel