Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Ligplaatsenverordening woonschepen

beschermd stadsgezicht: het bij ministerieel besluit van 14 oktober 1993, kenmerk 187.298, aangewezen gebied met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. Binnen dit gebied gelden beschermende regels om de cultuurhistorische waarde te behouden. bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik dan wel onderhoud van het woonschip niet of niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger, werkvlot en/of maximaal 2 toegangsvoorzieningen. bijboot: een licht vaartuig, waarvan de bovenkant niet hoger is dan 1,5 meter boven de waterlijn en de oppervlakte niet groter is dan 15 m2. werkvlot: een drijvend object ten behoeve van onderhoud met een maximale oppervlakte van 4 m2. toegangsvoorziening: een voorziening die vanaf de wal toegang tot het woonschip mogelijk maakt. college: het college van burgemeester en wethouders. ligplaats: een gedeelte van openbaar water in de gemeente Zwolle, dat in het laatst besloten omgevingsplan als zodanig is aangewezen. woonschip: een schip dat in hoofdzaak voor bewoning wordt gebruikt en dat bestemd is en gebruikt wordt voor de vaart. Daaronder worden tevens verstaan, de schepen gelegen tussen de Diezerpoorterbrug en het Pelserbrugje aan de zijde van de Pletterstraat welke bestemd zijn voor horeca- en cultuurdoeleinden met – alleen in combinatie hiermee en ondergeschikt hieraan-, een woonfunctie en voor zover het een schip betreft dat bestemd is en gebruikt wordt voor de vaart. peil: het waterpeil ter plaatse van de ligplaatsen. walgebruik: het gebruik van de naast het woonschip gelegen oever als tuin en/of berging. Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van normaal gebruik van het woonschip, waaronder toegangsvoorzieningen, vallen buiten deze definitie.

Rechtspraak bij dit artikel