De ligplaatsenvergunningen, die zijn verleend op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening, de Ligplaatsenverordening woonschepen 2005 of de Ligplaatsenverordening woonschepen 2013, zoals die luidde tot inwerkingtreding van deze verordening, worden geacht verstrekt te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
Aanvragen om een vergunning op grond van artikel 3, lid 1 of artikel 9, lid 1, van deze verordening die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld op grond van deze verordening.
Een bestaande ligplaatsenvergunning voor een woonschip dat niet voldoet aan de eisen zoals gesteld in deze verordening, blijft gehandhaafd totdat het woonschip vervangen wordt.