Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Plaats, maatvoering en onderlinge afstand

Onderdeel van Ligplaatsenverordening woonschepen

Het woonschip dient geheel te liggen binnen de daartoe in een geldend bestemmingsplan aangeduide zone. Voor woonschepen gelden de volgende regels: In het werkingsgebied ‘woonschepenligplaats’ in het laatst besloten omgevingsplan of welke benaming daarvoor in de plaats komt: 1. In het werkingsgebied ‘specifieke bouwaanduiding-1 of welke benaming daarvoor in de plaats komt': -mag de lengte van een woonschip maximaal 30 meter bedragen; -mag de breedte van een woonschip maximaal 6 meter bedragen; -mag de hoogte van een woonschip maximaal 5 meter bedragen; -mag de hoogte van een roef en luikenkap maximaal 3 meter bedragen. 2. In het werkingsgebied ‘specifieke bouwaanduiding-1 of welke benaming daarvoor in de plaats komt': -mag de lengte van een woonschip maximaal 25 meter bedragen; -mag de breedte van een bouwwerk maximaal 5 meter bedragen; -mag de hoogte van een woonschip maximaal 3,5 meter voor ten minste 1/3e deel van de lengte van het bouwwerk en maximaal 5,5 meter voor het overige deel bedragen. -moeten de aanbouwen, uitbouwen, opbouwen dan wel terrassen van het woonschip passen binnen de hierboven voorgeschreven maximale maatvoering, waarbij een terras op tenminste 3 meter van een aangrenzende boot ligt. 3. In het werkingsgebied ‘specifieke bouwaanduiding-1 of welke benaming daarvoor in de plaats komt': -mag de lengte van een woonschip maximaal 25 meter bedragen; -mag de breedte van een woonschip maximaal 6 meter bedragen; -mag de hoogte maximaal 3 meter bedragen voor ten minste 1/3e deel van de lengte van het bouwwerk en maximaal 4,5 meter voor het overige deel bedragen. -moeten de aanbouwen, uitbouwen, opbouwen dan wel terrassen van het woonschip passen binnen de hierboven voorgeschreven maximale maatvoering, waarbij een terras op tenminste 3 meter van een aangrenzende boot ligt. 4. In het werkingsgebied ‘specifieke bouwaanduiding-1 of welke benaming daarvoor in de plaats komt': -mag de lengte van een woonschip mag maximaal 25 meter bedragen; -mag de breedte van een woonschip mag maximaal 6 meter bedragen; -mag de hoogte van een woonschip mag maximaal 3,5 meter voor ten minste 1/3e deel van de lengte van het bouwwerk en maximaal 5,5 meter voor het overige deel bedragen. -moeten de aanbouwen, uitbouwen, opbouwen dan wel terrassen van het woonschip passen binnen de hierboven voorgeschreven maximale maatvoering, waarbij een terras op tenminste 3 meter van een aangrenzende boot ligt. In het werkingsgebied ‘specifieke vorm van water – ligplaats horecaschepen of welke benaming daarvoor in de plaats komt': -mag de lengte van een woonschip maximaal 30 meter bedragen; -mag de breedte van een woonschip maximaal 6 meter bedragen; -mag de hoogte van een woonschip maximaal 5 meter bedragen. De minimale afstand tussen de opbouwen van een woonschip en een ander woonschip, een drijvend bouwwerk en/of een recreatief schip dient ten minste 5 meter te bedragen, tenzij de bestaande afstand tussen de opbouwen kleiner is zoals vergund op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, dan mag de bestaande afstand worden gehandhaafd, totdat het woonschip wordt vervangen door een ander woonschip. De minimale afstand tussen een woonschip en een ander woonschip, een drijvend bouwwerk en/of een recreatief schip, dient ten minste 3 meter te bedragen, tenzij de bestaande afstand kleiner is zoals vergund op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, dan mag de bestaande afstand worden gehandhaafd, totdat het woonschip wordt vervangen door een ander woonschip.

Rechtspraak bij dit artikel