Naar hoofdinhoud
Artikel 3 van de Invorderingswet 1990 geeft een afbakening van de bevoegdheden van de ontvanger. De bepalingen van deze leidraad zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de invordering op civielrechtelijke wijze. Dat het bestuursorgaan ten aanzien van de invordering ook over deze bevoegdheden beschikt die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft is geregeld in artikel 4:124 Awb. De ontvanger treedt in alle rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak als zodanig in rechte op. In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de fiscale en civiele bevoegdheden van de ontvanger; het leggen van conservatoir beslag; het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures; de Rijksadvocaat; faillissementsaanvraag en steunvordering faillissementsaanvraag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel