Vrijstelling van de in deze verordening in hoofdstuk 4 onder artikel 4.1.2 en afdeling 4.2 opgenomen ge- en verbodsbepalingen geldt voor gemotoriseerde politievaartuigen, eigen vaartuigen van de gemeente, de in opdracht van het college opererende vaartuigen, de in opdracht van het hoogheemraadschap van Rijnland opererende vaartuigen, toezichthoudende vaartuigen van Vereniging Natuurmonumenten en hulpverlenende vaartuigen (brandweer, politie).