Met betrekking tot het verspreiden van (onderhouds)bagger op aangrenzend perceel wordt uitgegaan van het Tijdelijk handelingskader PFAS.
Het verspreiden op het aangrenzend perceel van PFAS-houdende (onderhouds)baggerspecie is toegestaan voor zover dat voor de stoffen niet zijnde PFAS binnen de regels van het Besluit bodemkwaliteit ook zou zijn toegestaan en het gehalte PFAS past bij de lokale maximale waarde voor de bodemfunctieklasse van het gebied waarin de bagger wordt verspreid.
Indien de baggerspecie afkomstig is uit een onverdachte watergang, is voor wat betreft PFAS geen onderzoek noodzakelijk, maar volstaan kan worden enkele representatieve metingen.
Mocht sprake zijn van een verdachte watergang, dan wel een puntbron, dient een onderzoek conform de NEN5717/ NEN5720 uitgevoerd te worden om vast te stellen of de baggerspecie geschikt is om te verspreiden op aangrenzend perceel.
Artikel 3
Verspreiding baggerspecie op aangrenzend perceel
Onderdeel van Handreiking toepassing PFAS houdende grond en baggerspecie Eersel