De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene die zich gedraagt in
strijd met artikel 2:1, 2:9, 2:47, 2:48, 2:49 en 2:74 dan wel een geweldsdelict of een ander aan
de openbare orde gerelateerd delict pleegt een verbod opleggen om zich gedurende een in
dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste acht weken te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
plaatsgehad.
De burgemeester beperkt de in het eerste lid genoemde verbod, als dat in verband met persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod,
zoals bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 2:50a
Gebiedsontzeggingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Nunspeet 2010