Naar hoofdinhoud
1.. Tot de duurzaamheidsmaatregelen worden gerekend: Dakisolatie en/of isolatie van zolder- of vlieringvloer met een minimale Rd-waarde 3,5 [m2 K/W]. Gevelisolatie met een minimale Rd-waarde 3,5 [m2 K/W]. Spouwmuurisolatie met een minimale Rd-waarde 1,1 [m2 K/W]. Vloer- en/of bodemisolatie met een minimale Rd-waarde 3,5 [m2 K/W]. HR++ glas met een maximale U-waarde 1,2 [W/m2K]. Triple-glas met een maximale U-waarde 0,7 [W/m2K] gecombineerd met een (nieuw) isolerend kozijn met een maximale U-waarde 1,5 [W/m2K]. Panelen in combinatie met HR++ glas met een maximale U-waarde 1,2 [W/m2K]. Panelen in combinatie met triple-glas met een maximale U-waarde 0,7 [W/m2K]. Maatwerkadvies (energiescan) door een bedrijf en adviseur met een Beoordelingsrichtlijn (BRL) 9500-02 certificaat. Technieken voor warmteterugwinning (wtw) met een rendement van minimaal 90%. (Hybride) warmtepomp. Zonneboiler. Zonnepanelen en zonnecollectoren. Technische aanpassingen aan de meterkast voor realisatie duurzaamheidsmaatregelen. Afsluitkosten gasaansluiting. Laadbox voor elektrische auto. 2.. Het college kan de in het eerste lid vermelde lijst van maatregelen uitbreiden en/of inperken als maatregelen niet afdoende bij blijken te dragen aan de in artikel 5 beschreven doelen, als maatregelen naar inzien van het college ongewenste neveneffecten hebben of als er nieuwe maatregelen zijn die bijdragen aan de in artikel 5 gestelde doelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel