De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting, de baten en de lasten per programma en de investeringsbudgetten, voor het eerste begrotingsjaar.
Het college is bevoegd om binnen de totale budgetruimte van een programma, passend binnen bestaand beleid, budgettair neutraal te schuiven met budgetten.
Het college is bevoegd om binnen de totale investeringsruimte van een programma, passend binnen bestaand beleid, budgettair neutraal te schuiven met budgetten, mits de hieruit voortkomende kapitaallasten binnen het programma kunnen worden opgevangen.
De raad kan bij de begrotingsbehandeling aangeven van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel wil ontvangen voordat wordt overgegaan tot het aangaan van verplichtingen.
Het college is gemachtigd bij nieuwe projecten/ ontwikkelingen, passend binnen bestaand beleid, uitgaven te doen tot € 50.000 op programmaniveau en hierover achteraf in de tussentijdse rapportage en/ of Jaarstukken verantwoording af te leggen.
Het college legt in de volgende gevallen (bij afwijkingen), voordat verplichtingen worden aangegaan, een voorstel voor aan de raad:
Lasten boven de € 50.000 waarvoor binnen het programma geen budgetruimte is;
Investeringen boven de € 50.000 waarvoor geen/ ontoereikend investeringsbudget beschikbaar is;
Een niet-voorziene uitgave bij een grondexploitatiecomplex die de netto contante waarde van dit grondexploitatiecomplex met meer dan 10 % doet verslechteren en in absolute zin een verslechtering van de netto-contante waarde betekent van € 250.000 of meer. Dit wordt beoordeeld ten opzichte van de meest recent door de raad vastgestelde grondexploitatie.
De financiële consequenties van raadsvoorstellen worden verwerkt in een begrotingswijziging.
Niet-bestede delen van budgetten met een incidenteel karakter kunnen, bij de jaarstukken, gemotiveerd worden bestemd voor besteding in een later jaar, mits dit past binnen het doel waarvoor het budget beschikbaar is gesteld.
Het college is bevoegd uitgaven te doen op de bestemde budgetten, zoals verwoord in lid 8, vooruitlopend op de vaststelling van de Jaarstukken.
Aan het einde van het boekjaar (gedeeltelijk) onbestede investeringsbudgetten blijven, indien noodzakelijk, beschikbaar voor de realisatie van de investering.
Indien er geen concreet zicht is op de realisatie van de investering, dan komt het resterende investeringsbudget te vervallen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5.
Autorisatiebeleid begroting en investeringsbudgetten
Onderdeel van Financiële verordening gemeente Gorinchem 2020