Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Grondslag voor de subsidieberekening, subsidieverlening, ouderbijdragen en bevoorschotting

Onderdeel van Nadere regels peuteropvang en voorschoolse educatie Midden-Groningen 2020

De grondslag voor de subsidieverlening is het aantal te realiseren bezette plaatsen peuteropvang basisaanbod en VE. Het college verleent per plaats een subsidie voor: een peuterplaats peuteropvang basisaanbod voor ouders die aantoonbaar niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Hierbij geldt een subsidiabel aantal uren van 220 op jaarbasis; of een peuterplaats voorschoolse educatie voor kinderen met een doelgroepsindicatie, voor ouders die aantoonbaar niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Hierbij geldt een subsidiabel aantal uren van 440 op jaarbasis (inclusief het aanbod van artikel 6 lid 2 onder a); of de aanvullende 220 uren voorschoolse educatie voor kinderen met een doelgroepsindicatie voor ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Deze ouders dienen kinderopvangtoeslag aan te vragen voor het basisaanbod van 220 uren; en de meerkosten van peuteropvang basisaanbod voor ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Deze meerkosten worden als volgt berekend: de door het college vastgestelde uurprijs waarop subsidie wordt verleend (artikel 6 lid 3) minus de door het college vastgestelde uurprijs, zoals deze naar ouders wordt gehanteerd (artikel 6 lid 5) X 220 uren. Bovenstaande is weergegeven in onderstaande tabel: Peuteropvang basisaanbod Peuteropvang voorschoolse educatie Ouders komen niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag Gemeentelijke subsidie voor 220 uren (a) Gemeentelijke subsidie voor 440 uren (b) Ouders komen in aanmerking voor kinderopvangtoeslag Ouders vragen kinderopvangtoeslag aan Gemeentelijke subsidie voor meerkosten peuteropvang basisaanbod (d) Ouders vragen kinderopvangtoeslag voor 220 uren basisaanbod aan; Gemeentelijke subsidie voor meerkosten peuteropvang basisaanbod (d) Gemeentelijke subsidie voor aanvullende 220 uren VE (c) Het college stelt jaarlijks de maximale uurprijs vast op basis waarvan subsidie wordt verleend voor de peuterplaats peuteropvang basisaanbod en de peuteropvang VE. Het college stelt jaarlijks voorafgaand aan het kalenderjaar de inkomensafhankelijke ouderbijdragetabel vast. Ook stelt het college de uurprijs vast die gehanteerd wordt richting de ouders, zowel naar de ouders die gebruik maken van een gesubsidieerde plaats als naar ouders die gebruik maken van de kinderopvangtoeslag. Ouders betalen voor kinderen met een doelgroepsindicatie alleen een ouderbijdrage voor het basisaanbod. De uitvoeringsorganisatie ontvangt de ouderbijdragen, vastgesteld op grond van lid 5 uit dit artikel. Zij is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een inkomenstoets, het innen van de betalingen en het bijbehorende risico van dubieuze debiteuren. De te verlenen subsidie per peuterplaats peuteropvang basisaanbod (lid 2 onder a) is de door het college vastgestelde uurtarief voor de peuterplaats peuteropvang basisaanbod vermenigvuldigd met 220 en verminderd met de ouderbijdrage conform lid 5 en 7 uit dit artikel. De te verlenen subsidie per peuterplaats VE (lid 2 onder b) is de door het college vastgestelde uurtarief voor peuteropvang VE vermenigvuldigd met 440 en verminderd met de ouderbijdrage conform lid 5, 6 en 7 uit dit artikel. De te verlenen subsidie voor aanvullende uren voorschoolse educatie voor ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag (lid 2 onder c) is de door het college vastgestelde uurtarief voor peuteropvang VE vermenigvuldigd met 220, verminderd met de ouderbijdrage conform lid 5, 6 en 7 uit dit artikel. De subsidie wordt per kwartaal bevoorschot. De hoogte van het voorschot bedraagt ten hoogste 90 % van het verleende bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel