Naar hoofdinhoud
1. De hoofdsom van de door het college toegewezen aanvraag voor een Stimuleringslening is maximaal het bedrag van de door het college aanvaarde werkelijke kosten, vermeerderd met de kosten genoemd in lid 9. 2. In afwijking van lid 1 bedraagt de hoofdsom van de Stimuleringslening niet minder dan € 2.500,- en niet meer dan € 100.000,- per aanvraag. 3. De aanvrager is vrij om de looptijd van de stimuleringslening vooraf vast te zetten op 10 of 15 jaar, maar mag niet langer zijn dan nodig is om de begroting van de maatregel sluitend te maken. De keuze dient bij de aanvraag te worden aangegeven en wordt vastgesteld door het college. 4. Het standaard rentetarief is het rentepercentage welke door het college is vastgesteld op het moment van toekennen van de Stimuleringslening. Dit is de rentestand van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) voor 10 jaar of 15 jaar lineaire leningen, vermeerderd met de beheerkosten van de SVn. 5. Het vastgestelde rentetarief in de toekenning is het standaard rentetarief voor scholen en heeft een minimum van 2% voor andere aanvragers. 6. Indien 2/3 van de projectkosten op andere wijze zijn gefinancierd, wordt maximaal 50% korting gegeven op het vastgestelde rentetarief zoals genoemd in lid 5, met een minimum van het standaard rentetarief zoals genoemd in lid 4. De korting wordt alleen gegeven indien de risicopositie van de gemeente tenminste gelijk is aan die van de andere financier(s). 7. De gemeente kan ten opzichte van andere financiers een achtergestelde positie innemen. De rente zal bij een achtergestelde positie hoger moeten zijn dan de rente die de senior financier krijgt en tenminste het dubbele van het vastgestelde rentetarief. 8. Bij rechtspersonen zoals genoemd in artikel 3, lid 2 a en c mag de lening maximaal 90% van de werkelijke kosten zijn. Minimaal 10% van de projectinvestering dient door andere wijze te worden ingebracht. 9. Van de lening wordt, op kosten van de aanvrager, een notariële of onderhandse akte opgemaakt. Deze kosten kunnen worden meegenomen in het te lenen bedrag. 10. Bij verkoop of sloop van het gebouw/ de voorziening gedurende de looptijd van de lening wordt de restantschuld ineens en volledig afgelost.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel