**1..** Het bestuur stelt jaarlijks vóór 1 mei een ontwerpbegroting op voor het volgende kalenderjaar inclusief meerjarenperspectief en zendt deze, voorzien van een toelichting, acht weken voordat zij door het bestuur wordt vastgesteld doch uiterlijk op 7 mei toe aan de raden van de gemeenten. Niettegenstaande het in de eerste volzin bepaalde, zal het bestuur, indien zulks praktisch mogelijk is, de ontwerpbegroting en toelichting eerder dan uiterlijk op 7 mei aan de raden van de gemeenten toezenden.
**2..** In de ontwerpbegroting wordt aangegeven de naar raming door elke gemeente verschuldigde bijdrage, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder b.
**3..** De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de gemeentebesturen voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
**4..** De raden van de gemeenten kunnen bij het bestuur vóór 7 juli hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
**5..** Het bestuur stelt de begroting vast uiterlijk op 15 juli voorafgaand aan het jaar waarvoor deze dient en zendt terstond afschriften aan de raden van de gemeenten. Deze kunnen ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren brengen.
**6..** De begroting wordt na vaststelling binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus door het bestuur aan gedeputeerde staten gezonden.
Hoofdstuk
Artikel 13