Naar hoofdinhoud
1.. Aan het bestuur van het Werkvoorzieningschap zijn, ter behartiging van het in artikel 4 genoemde belang, de volgende bevoegdheden en taken overgedragen: het uitoefenen van het werkgeverschap van Wsw-medewerkers en de daarbij behorende bevoegdheden die bij of krachtens de Wsw aan de gemeentebesturen zijn toegekend, voor zover deze strekken tot arbeidsinschakeling van daartoe geïndiceerde personen, waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn; het verrichten van in het kader van bovengenoemd belang alle noodzakelijke en gewenste taken voor zover deze krachtens de wet niet zijn voorbehouden aan een ander rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam; het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2.. Het bestuur besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang en slechts voor zover zulks past binnen het doel van het Werkvoorzieningschap. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun binnen een termijn van 8 weken zienswijzen ter kennis van het bestuur te brengen. 3. . Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vorige lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel