**1..** In deze afdeling wordt verstaan onder:
Boom: een houtig gewas zowel levend als afgestorven met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 30 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;
Houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
Hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
Dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
Inboet: het verwijderen en tevens vervangen van niet aangeslagen beplanting (niet langer geleden geplant dan 8 jaar);
Vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van 1ste maal knotten of kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Onderhoud zoals periodiek knotten en kandelaberen valt niet onder vellen;
BVC onderzoek: (Boomveiligheidscontrole): onderzoek naar de vitaliteit van een boom, op basis van een visuele boom controle waarbij ook gebreken die de vitaliteit niet beïnvloeden, worden gemeld of zaken waarop de Wet Natuurbescherming van toepassing kan zijn.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf
Artikel 4:10