Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregel en de wettelijke mogelijkheden, kan het college besluiten tot het weigeren of beëindigen van de schulddienstverlening indien:
er sprake is van niet-regelbare schuldenpakket of een niet regelbare schuldenaar;
de totale schuldsituatie niet is vast te stellen;
de hoogte van de afloscapaciteit niet is vast te stellen;
de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
op grond van onjuiste gegevens schulddienstverlening is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
de schuldenaar zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schulddienstverleningstraject, misdraagt. De ‘Huisregels bezoekers Publiekshal’ zijn hiervoor maatgevend;
de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is;
de schulddienstverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht;
de aanvrager opzettelijk of verwijtbaar fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en hij in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd, tenzij de fraudevordering volledig is betaald.
Artikel 6.
Weigerings- en Beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregel Schulddienstverlening Zandvoort 2020