Naar hoofdinhoud
11.1 Vormen van begeleiding Begeleiding kan zowel individueel als in een groep worden geboden. Onder begeleiding groep worden vier vormen onderscheiden: licht, midden, zwaar en arbeidsmatige dagbesteding. Onder begeleiding individueel worden drie vormen onderscheiden: licht, midden en zwaar. Een uitgebreide toelichting van alle vormen zijn te vinden op de website van inkoopbureau https://inkooputrechtwest.nl/perceel2-wmo/ 11.2 Beoordeling Begeleiding In de Wmo 2015 kennen we in tegenstelling tot de Wlz geen grondslagen ten behoeve van begeleiding maar vormt het gesprek (het onderzoek) de basis voor het ondersteuningsplan. Hoe individueel deze maatwerkvoorzieningen ook worden benaderd, er is toch behoefte aan instrumenten om de hulpvraag te objectiveren en hierdoor richting geven aan de ondersteuning. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zelfredzaamheidsmatrix. Als een diagnose ontbreekt doordat bv. de inwoner zorg mijdt kan - net als in de Wlz al gebruikelijk was - begeleiding worden ingezet “bij een sterk vermoeden van of bij zorgmijders”. De begeleiding heeft dan tot doel om de situatie te stabiliseren of in ieder geval niet te laten verergeren en is er op gericht de inwoner te bewegen om begeleiding of behandeling te gaan aanvaarden. We onderscheiden de volgende terreinen waarop geïndiceerd kan worden: zelfredzaamheid (in staat tot bewegen en verplaatsen, communicatie, het nemen van besluiten, oplossen van problemen, dagelijkse routine kunnen organiseren, geld beheren, administratie, etc.); gedragsproblemen (destructief gedrag, dwangmatig gedrag, lichamelijk e/of verbaal agressief, seksueel overschrijdend gedrag, etc.); psychisch functioneren (concentratie, geheugen en denken, perceptie van de omgeving); oriëntatie stoornissen (oriëntatie in tijd, plaats en persoon). 11.3 Gebruikelijke hulp bij begeleiding Gebruikelijke hulp is hulp die verwacht wordt van huisgenoten, die “normaal” wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten en/of niet structureel meer is dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben. Begeleiding door partner, ouder, volwassen inwonend kind of andere volwassen huisgenoot wordt als gebruikelijke hulp beschouwd. In kortdurende situaties (max. 3 maanden); • als uitzicht op herstel (van de zelfredzaamheid) dusdanig is dat begeleiding daarna niet meer nodig zal zijn. In langdurige situaties; bij normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer (bezoek familie/vrienden, bezoek huisarts, brengen en halen van kinderen naar school, sport of clubjes); hulp bij overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden behoren zoals de thuisadministratie; het leren omgaan van derden (familie/vrienden/leerkracht etc.) met cliënt; ouderlijk toezicht op kinderen, de aard en mate hiervan is afhankelijk van de leeftijd van het kind. 11.4 Omvang individuele begeleiding Individuele begeleiding wordt vastgesteld in een aantal uren per week. De omvang van het in het ondersteuningsplan opgenomen aantal uren begeleiding is gebaseerd op een optelsom van de duur van de betreffende activiteiten. Dus welke activiteiten zijn nodig, hoeveel tijd kosten deze activiteiten, hoe vaak per week, zijn de activiteiten planbaar of niet planbaar en is er ook toezicht nodig. 11.5 Omvang groepsbegeleiding Begeleiding groep wordt vastgesteld in dagdelen. Een dagdeel staat gelijk aan maximaal 4 aaneengesloten uren. Het aantal dagdelen begeleiding groep dat wordt geïndiceerd is afhankelijk van: de noodzaak: hoeveel structuur, activering, toezicht etc. is nodig? Wat biedt het eigen netwerk of de voorliggende voorzieningen, hoe belast is de mantelzorger, etc.? de mogelijkheden van de inwoner: hoeveel kan de inwoner fysiek en mentaal aan? het doel dat begeleiding groep voor deze specifieke inwoner biedt. de mogelijkheden van de specifieke dagbestedingsgroep. 11.6 Pgb tarief begeleiding a. De hoogte van een Pgb voor begeleiding professioneel is 100% van het ZIN tarief. b. De hoogte van een Pgb voor begeleiding sociaal netwerk is 20 euro per uur. Er wordt hierbij uitgegaan van de tarieven, zoals die zijn overeengekomen in de contracten voor zorg in natura. De tarieven voor begeleiding zijn te vinden op de volgende website: https://inkooputrechtwest.nl/inkoop/tarieven-en-productcodelijsten/ 11.7 Kortdurend verblijf Bij kortdurend verblijf logeert iemand in een instelling. Hierdoor wordt de mantelzorg ontlast, zodat deze de ondersteuning langer kan volhouden en de inwoner thuis kan blijven wonen. Kortdurend verblijf is bedoeld voor mensen die permanent toezicht nodig hebben. Bijvoorbeeld als er valgevaar is of als de inwoner zelf niet in staat is hulp in te roepen als dat nodig is, of omdat er ernstige gedragsproblemen zijn. Het kan ook gaan om constante ondersteuning of ondersteuning op ongeregelde tijdstippen, bijvoorbeeld voor iemand met een ernstige hartaandoening of dementie. Alleen als er sprake is van een combinatie van voortdurende ondersteuning en toezicht van de inwoner en dreigende overbelasting van de mantelzorger en als andere voorliggende voorzieningen niet voldoen, kan kortdurend verblijf worden toegekend. De omvang van kortdurend verblijf is 1, 2 of 3 etmalen per week; afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de inwoner. Er is een maximum van 3 etmalen per week gesteld omdat het logeren betreft; bij meer dan 3 etmalen in een instelling is er sprake van opname waarvoor een indicatie op grond van de Wlz moet worden gesteld. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld verblijf van een week, zodat mantelzorg op vakantie kan, mogelijk te maken. Dan moet wel vaststaan dat andere oplossingen, zoals respijtzorg vergoed door de Zorgverzekeraar, geen optie zijn. In de instelling waar de inwoner kortdurend verblijft wordt de dagelijkse ondersteuning overgenomen. Wanneer verpleging nodig is moet dit apart worden geïndiceerd op grond van de Zorgverzekering. De inwoner is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf.

Rechtspraak bij dit artikel