Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Aanleg, materialen en onderhoud

Onderdeel van Beleidsregel uitwegen

1. . Een uitweg die is gelegen aan een weg waar de toegestane maximumsnelheid hoger is dan 30 km/uur wordt in het kader van de verkeersveiligheid altijd aangelegd en in stand gehouden door de gemeente of in opdracht door een civiele aannemer met een afzetting conform de geldende richtlijnen van de CROW 96b. 2. . De melder kan de uitweg op eigen terrein in eigen beheer aanleggen en in stand te houden. De uitweg mag niet aangelegd worden met los materiaal en moet voldoen aan de door de gemeente voorgeschreven materialen. 3. . Als sprake is van een uitweg die is gelegen aan een weg waar de toegestane maximumsnelheid gelijk aan of minder is dan 30 km/uur kan de melder de uitweg op eigen terrein in eigen beheer aanleggen en in stand te houden onder de voorwaarde dat de uitweg moet worden uitgevoerd in een waterdoorlatende (element)verharding. De uitweg mag niet aangelegd worden met los materiaal en moet voldoen aan de door de gemeente voorgeschreven materialen. 4. . Uitwegen van weiden en akkervelden worden meestal niet verhard. De eigenaar moet voorkomen dat de weg vervuild raakt door materiaal dat van het perceel de weg op wordt gereden. De reinigingskosten van een eventuele vervuiling worden op de eigenaar verhaald. Mochten door de verontreiniging schade worden geleden (bij derden) dan worden die ook verhaald.

Rechtspraak bij dit artikel