Naar hoofdinhoud
De aanwezigheid van vermogen op het moment van het indienen van het verzoek staat een betalingsregeling in het algemeen in de weg. Dit geldt met name indien het vermogen zonder bezwaar liquide is te maken. Het vermogen dat onder het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren is vrijgesteld, staat een betalingsregeling echter niet in de weg. Onder vermogen wordt in dit verband verstaan de bezittingen van de belastingschuldige en diens echtgenoot (zoals bedoeld in artikel 3 Pw), verminderd met de schulden die een hogere preferentie hebben dan de belastingschuld. Met toepassing van artikel 3 Pw wordt als echtgenoot ook aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het een bloedverwant in de eerste graad betreft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel