**1..** Het college ziet ambtshalve geheel of gedeeltelijk af van verdere terugvordering als de belanghebbende gedurende 36 maandtermijnen naar vermogen op de vordering heeft afgelost.
Voorbeeld
**2..** Het college ziet ambtshalve geheel of gedeeltelijk af van terugvordering als de belanghebbende gedurende 36 maandtermijnen, vanwege het ontbreken van een aflossingscapaciteit, geen betalingen heeft kunnen verrichten en het niet aannemelijk is dat hij dit nog zal kunnen gaan doen.
**3..** Als de belanghebbende aanbiedt om een bedrag van ten minste 50 % van de (restant)schuld in één keer af te lossen ziet het college af van verdere terugvordering indien:
**a..** de belanghebbende bij reguliere aflossing van de vordering of door middel van beslag op uitkering, inkomen en/of (on)roerende goederen van de belanghebbende en/of van degene met wie hij in gemeenschap van goederen is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, naar alle waarschijnlijkheid minder kan aflossen dan het voorgestelde afkoopbedrag of,
**b..** de belanghebbende zich naar alle waarschijnlijkheid zal weten te onttrekken aan de invorderingsmogelijkheid van de gemeente zoals bij voorgenomen vertrek naar het buitenland.
**4..** In afwijking van de leden 1 tot en met 3 volgt kwijtschelding, indien een vordering betrekking heeft op teruggevorderde leenbijstand die verstrekt is op grond van artikel 48 van de Participatiewet, als voldaan is aan de voorwaarden van artikel 5.2.
Hoofdstuk
Artikel 5.1
Vordering niet zijnde schending inlichtingenplicht
Onderdeel van Beleidsregels Terug- en Invordering Participatiewet 2020