Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Afstemming boete op de financiële omstandigheden

Onderdeel van Beleidsregels Boete Krimpenerwaard 2020

1.. Bij het bepalen van de hoogte van de boete wordt rekening gehouden met het feit dat de boete binnen een redelijke termijn van maximaal 24 maanden kan worden afbetaald. 2.. De hoogte van de boete wordt als volgt bepaald in combinatie met de ernst van de gedraging: bij opzet bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 24 maal 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; bij grove schuld bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 18 maal 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; bij normale verwijtbaarheid bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 12 maal 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; bij verminderde verwijtbaarheid bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 6 maal 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. 3.. Indien de belanghebbende ten tijde van het opleggen van de boete andere inkomsten heeft dan een uitkering: wordt aangesloten bij het bepaalde in het eerste en tweede lid, en wordt het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm buiten beschouwing gelaten; wordt met het vermogen dat hoger is dan de toegestane vermogensgrens als bepaald in artikel 34, derde lid van de Pw, geen rekening gehouden. 4.. De bepalingen van het eerste tot en met het derde lid zijn tevens van toepassing bij het bepalen van de hoogte van de hoogte van de recidive-boete.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel