**1..** Bij het bepalen van de hoogte van de boete wordt rekening gehouden met het feit dat de boete binnen een redelijke termijn van maximaal 24 maanden kan worden afbetaald.
**2..** De hoogte van de boete wordt als volgt bepaald in combinatie met de ernst van de gedraging:
bij opzet bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 24 maal 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm;
bij grove schuld bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 18 maal 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm;
bij normale verwijtbaarheid bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 12 maal 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm;
bij verminderde verwijtbaarheid bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 6 maal 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**3..** Indien de belanghebbende ten tijde van het opleggen van de boete andere inkomsten heeft dan een uitkering:
wordt aangesloten bij het bepaalde in het eerste en tweede lid, en wordt het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm buiten beschouwing gelaten;
wordt met het vermogen dat hoger is dan de toegestane vermogensgrens als bepaald in artikel 34, derde lid van de Pw, geen rekening gehouden.
**4..** De bepalingen van het eerste tot en met het derde lid zijn tevens van toepassing bij het bepalen van de hoogte van de hoogte van de recidive-boete.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Afstemming boete op de financiële omstandigheden
Onderdeel van Beleidsregels Boete Krimpenerwaard 2020