Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Nadere regel subsidie basiszorg daklozen regio Utrecht

In het kader van basiszorg daklozen subsidieert de gemeente Utrecht de volgende activiteiten: 1.. Het leveren van hoogwaardige generalistische begeleiding aan daklozen op alle leefgebieden, laagdrempelig en voor een ieder passend en het toeleiden naar zorg en opvang; 2.. Het bieden van trajectregie; 3.. In co-creatie met de gemeente en samenwerkingspartners een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling, vernieuwing en verbetering van het Utrechtse stelsel van zorg en ondersteuning; 4.. Begeleiding voor jongvolwassenen die in detentie hebben gezeten, maar niet tot de doelgroep daklozen behoren, voor het overgangsjaar 2021. Onderstaand en in bijlage 1 vindt u een nadere uitwerking van de eisen aan de uitvoering van de genoemde activiteiten. Ad1: Het leveren van hoogwaardige generalistische begeleiding aan daklozen op alle leefgebieden, laagdrempelig en voor een ieder passend en het toeleiden naar zorg en opvang; Door middel van de hoogwaardige generalistische begeleiding aan daklozen wordt deze kwetsbare doelgroep op passende wijze en met oog voor de leefwereld van de cliënt geholpen en ondersteund in het traject naar herstel. De taken zijn niet limitatief, het uitgangspunt is dat de professional doet wat nodig is. De professionals begeleiden de daklozen vanaf het moment dat zij bekend zijn bij de basiszorg daklozen en waar nodig gedurende het verblijf in de algemene kortdurende opvang en kortdurende opvang voor jongvolwassenen (Herstart, NoiZ, Sleep Inn en de Dijk, doelgroep 1 en doelgroep 5 uit bijlage 3). De begeleiding wordt geboden tot de cliënt een semi- structurele woonplek heeft en ondersteuning door de meest aangewezen partij kan worden overgenomen. Wanneer een cliënt in overige vormen van opvang verblijft, wordt vanuit de basiszorg daklozen trajectregie ingezet (zie ad. 2). Bij gezinnen die uit het buitenland arriveren en vragen om opvang, checkt de professional het recht op hulp in Utrecht en levert hiertoe de benodigde informatie aan bij de gemeente (Volksgezondheid). De professional heeft een inhoudelijke bijdrage aan de intake en adviseert over het van toepassing zijn van de Wmo. De generalistische professionals werken outreachend, leggen actief contact, kijken samen met de cliënt en diens kinderen wat er nodig is en leiden op passende wijze en met specifieke kennis van dakloosheid toe naar zorg, activering en huisvesting. Primair is de taak het stabiliseren. De professionals beoordelen bij de intake of (daklozen)opvang noodzakelijk is en zo ja, welke vorm van opvang het meest passend is bij de cliënt en zijn situatie en leidt de cliënt hier naartoe. Hiervoor onderhouden de professionals intensief contact met de opvangvoorzieningen. Waar noodzakelijk bezoekt de professional de cliënt op locatie (bijv. de penitentiaire inrichting). Het informele netwerk van de dakloze wordt actief betrokken waar mogelijk. Oplossingen in het netwerk zijn voorliggend op andere oplossingen (zie bedoeling WMO en Jeugdwet). Als er aanvullend op wat de basishulp professionals doen hulp nodig is van een andere partij, dan leidt de professional de cliënt hier in overleg met de cliënt naar toe. Indien de inschatting is dat een individuele voorziening (Jeugdwet) of aanvullende zorg (Wmo) nodig is, dan betrekt de professional het lokale team jeugd en gezin en/ of Sociaal om samen te zoeken naar een passende oplossing. De professional zorgt voor een warme overdracht naar de aangewezen partij voor het vervolg (het lokale team of waar nodig aanvullende zorgaanbieder) en heeft daarbij als doel om terugval in dakloosheid te voorkomen. Een overdrachtsperiode van 6 maanden voor een geleidelijke en warme overdracht is wenselijk. Het uitgangspunt is maatwerk, het team doet wat nodig is. Ad2. Het bieden van trajectregie: De trajectregie start op het moment dat de dakloze bekend is bij de basiszorg en loopt door tot een dakloze een (semi) structurele woonplek heeft en er een warme overdracht heeft plaats gevonden. Het doel van trajectregie is zicht houden op het vervolg ondersteuningstraject en de situatie van de cliënt. Indien nodig acteert de professional vanuit de basiszorg in gezamenlijkheid met de hulpverlener van het vervolg ondersteuningstraject om terugval te voorkomen, gedurende een periode van circa 3 tot 6 maanden. Waar nodig is dit langer, waar mogelijk korter, dit is maatwerk. Veelal houdt dit in dat er met enige regelmaat (telefonisch) contact is met de cliënt. Bij de warme overdracht kan het zijn dat de cliënt behoefte heeft aan contact met de professional van de basiszorg daklozen. De professional benut de vertrouwensrelatie en blijft beschikbaar waar nodig. Ad3: in co-creatie met de gemeente en samenwerkingspartners een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling, vernieuwing en verbetering van het Utrechtse stelsel van zorg en ondersteuning. In de afgelopen jaren is een transformatie van de daklozenopvang in Utrecht in gang gezet, zoals omschreven in de visie Toekomst op de Daklozenopvang (2017). Ook heeft de Gemeente het tienpuntenplan voorkomen terugval in de dakloosheid ontwikkeld; hierin staan een warme overdracht, zinvolle dag invulling en zingeving, financiële zelfredzaamheid en sociaal netwerk centraal. Daarnaast voert de Gemeente in samenwerking met de huidige partners de Pilot Actieprogramma Dak- en thuisloze Jongeren uit. De subsidieaanvrager werkt samen met de gemeente en partners in de vormgeving hiervan en geeft mede vorm en uitvoering aan de ontwikkelopgaven die voortvloeien uit de visie en de actieplannen. De uitkomsten en aanbevelingen die voortkomen uit de ontwikkelopgaven kunnen leiden tot inhoudelijke en budgettaire wijzigingen. Hieronder staan de beoogde ontwikkelopgaven: gezien het lerende en ontwikkelgerichte karakter van de subsidie zijn deze ontwikkelopgaven niet limitatief. Overbruggingszorg Als er sprake is van wachtlijsten bij een vervolgvoorziening waar de basiszorg daklozen een cliënt voor heeft aangemeld, kan overbruggingszorg nodig zijn. De gemeente onderzoekt samen met de keten hoe deze overbruggingszorg het beste vorm kan krijgen en wanneer welke partij aan zet is. De subsidieaanvrager neemt actief deel aan de verkenning en is bereid (mede) vorm te geven aan de aanbevelingen die voortvloeien uit de verkenning. Toeleiding en toegang aanvullende zorg; Een ontwikkelopgave die voortvloeit uit de visie Toekomst van de daklozenopvang is de verwijzing van dakloze mensen naar de opvang en mogelijk ook de verwijzing naar aanvullende zorg (toegang maatwerkvoorzieningen Wmo) wanneer er meer nodig is dan de inzet van de lokale teams en de Basiszorg daklozen. In de komende periode wordt onderzocht of het wenselijk is deze bevoegdheid van het college aan de basiszorg daklozen te mandateren. Veldwerk; De basiszorg aan daklozen vergt vanwege de problematiek (vindbaarheid, zorgmijdend en/ of overlastgevend gedrag, middelengebruik) een outreachende aanpak. Aan de hand van veldwerk worden daklozen (met verslavings- of multiproblematiek) bereikt en begeleidt naar vervolgzorg – en ondersteuning. Het veldwerk wordt stadsbreed ingezet in overleg met de gemeente. Vanwege de groei van onze stad en de toegenomen overlast is de druk op veldwerk toegenomen. In een pilot uitgevoerd in 2020 door het Stadsteam Herstel wordt onderzocht of uitbreiding van de capaciteit van veldwerk structureel noodzakelijk is en waar veldwerk het beste gepositioneerd kan worden. Tot die tijd zal vanuit de basiszorg voor daklozen de huidige structurele inzet van 2 fte worden voortgezet, die ook worden gefinancierd uit het subsidieplafond. Ad4: Begeleiding voor jongvolwassenen die in detentie hebben gezeten, maar niet tot de doelgroep daklozen behoren, voor het overgangsjaar 2021. Op dit moment biedt Back UP begeleiding voor jongvolwassenen die in detentie hebben gezeten (18 tot 27 jaar). Een deel van deze doelgroep heeft een stabiele woonsituatie of zicht hierop bij uitstroom uit de penitentiaire inrichting. Door de gemeente wordt in samenwerking met de partners onderzocht hoe de begeleiding voor deze (niet dakloze) doelgroep aan te bieden per 2022, aansluitend op het Utrechtse zorgmodel. Vanwege zorgcontinuïteit valt de begeleiding voor deze doelgroep het eerste jaar (2021) onder de nadere regel basiszorg daklozen. Het gaat om het voorkomen van recidive waarbij het van belang is de beschermde factoren te versterken. Daarnaast is de bestaande begeleiding van partners als de lokale teams, Exodus en We All beschikbaar. Per 1 januari 2022 vervalt dit onderdeel van de nadere regel.

Rechtspraak bij dit artikel