Het maatregelenprotocol wordt zodanig toegepast dat:
de TTO een individuele afweging maakt met inachtneming van alle omstandigheden van het geval;
indien er sprake is van bijzondere omstandigheden die specifiek de chauffeur betreffen, de TTO een maatregel kan aanpassen of kan afzien van het opleggen van een maatregel. Deze omstandigheden kunnen zijn:
overmacht/noodsituatie;
onevenredige gevolgen voor de chauffeur;
staat van dienst van de chauffeur.
indien de TTO besluit af te wijken van het maatregelenprotocol, zij het college hier onverwijld schriftelijk over informeert en daarbij de onderbouwing van het besluit om af te wijken meezendt.
dat overtredingen van chauffeurs worden afgehandeld volgens het door het college goedgekeurde maatregelenprotocol van de TTO, zoals deze gold ten tijde van het constateren van de overtreding.
Artikel 2