Naar hoofdinhoud
1.. Indien er binnen 12 maanden na een waarschuwing zoals genoemd onder het vorige artikel, een tweede overtreding van de in artikel 4 genoemde feiten of een tweede andere gedraging waarbij de openbare orde in het geding is, wordt geconstateerd, kan de burgemeester besluiten om een verblijfsverbod op te leggen. 2.. De betrokkene krijgt een schriftelijke kennisgeving van het voornemen tot het opleggen van een verblijfsverbod. 3.. De betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om binnen drie dagen na de datum van de kennisgeving van het voornemen, een schriftelijke of mondelinge zienswijze kenbaar te maken. Van deze termijn kan in spoedeisende situaties worden afgeweken. 4.. De politie informeert de burgemeester zo spoedig mogelijk nadat een tweede gedraging zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel, is geconstateerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel