Naast de redenen genoemd in artikel 4 kan het college besluiten tot het beëindigen van de schuldhulpverlening als:

a. de inwoner zich niet houdt aan wat er staat in artikel 4;

b. het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;

c. de inwoner de aflossingscapaciteit niet wil gebruiken om zijn schulden af te lossen;

d. later blijkt dat er de schuldhulpverlening is toegekend terwijl er onjuiste informatie is verstrekt bij de aanvraag;

e. de inwoner zich tegenover de schuldhulpverleners misdraagt;

f. de inwoner weer zelf zijn schulden kan regelen;

g. de hulpverlening voor de inwoner niet (langer) geschikt is;

h. de inwoner zich niet aan de afspraken in uit de schuldregelingsovereenkomst houdt.