Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 5.2

Regels persoonsgebonden budget algemeen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2020

Het pgb mag niet worden besteed voor zover: het activiteiten betreft die naar oordeel van het college vallen binnen de eigen mogelijkheden en oplossend vermogen van de ouder(s) en jeugdigen; de ouder(s) dan wel personen uit het sociaal netwerk overbelast zijn of dreigen te geraken. Het pgb mag niet worden besteed aan de kosten voor: Bemiddeling door tussenpersonen of belangbehartigers, het voeren van een pgb-administratie, ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb, contributie voor lidmaatschappen, het volgen van cursussen over het pgb, informatiemateriaal, de reiskosten van het vervoer van de derde aan wie het pgb wordt besteed, tenzij in de beschikking anders is bepaald. Het college maakt geen gebruik van een verantwoordingsvrij bedrag. De jeugdige met een indicatie voor jeugdhulp in de vorm van behandeling of specialistische ondersteuning, kan het pgb alleen besteden aan een daartoe gekwalificeerde beroepskracht. In dat kader worden ouder(s) of personen uit het sociaal netwerk niet als gekwalificeerde beroepskracht aangemerkt. Het pgb mag slechts worden besteed aan personen uit het sociaal netwerk als dit naar oordeel van het college leidt tot aantoonbare betere en effectievere ondersteuning en aantoonbaar doelmatiger is. Het pgb wordt binnen zes maanden na toekenning aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verstrekking heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel